19 maart 2012
Beproefd concept
Het is een beproefd concept. Aan het begin van het seizoen een dagje Limburg. Bijpraten, lekker stukje fietsen, beetje eten, plannen maken en weten wat je nog moet doen daarvoor. Ooit begonnen in 2003 toen Jeroen en ik onze fietsen kochten en nu een (bijna) jaarlijkse traditie, waar zich elk jaar weer anderen bij voegden. Gisteren waren dat Nico, Erwin en Theo. Na wat geregeld door Jeroen was de logistiek weer uitgekiend: verzamelen op de carpoolplaats in Houten en daar van drie auto's twee gemaakt. Onderweg praatten Jeroen, Nico en ik weer helemaal bij en weet ik alles van het meten van de druk op viaducten. Precies wat je wilt: bijpraten met je vrienden die je zomaar een jaar niet kunt zien en waar je meteen weer de draad mee oppikt.
Sinds een paar jaar is de Rozenhof ons uitvalspunt. Halverwege de Camerigerberg, maar wat belangrijker is: de vlaai is er goed en we kunnen na afloop gewoon douchen op de camping. De eigenaar was meer om een praatje verlegen dan wij, maar dat deed niets af aan de gastvrijheid die goed in orde is. Het enige wat achterbleef was de temperatuur. Theo had gerekend op 20 graden en zon, maar het was zwaarbewolkt en een schamele acht graden. Gelukkig was het droog.
Dit keer was de route iets anders. Meestal gaan we direct naar het Drielandenpunt, maar dit keer reden we de andere kant op. Binnen vier kilometer had Erwin de eerste lekke band te pakken, maar binnen vijf minuten reden we weer. De Schweiberg was een mooie eerste klim, waarop de benen direct getest konden worden. De Eyserbosweg was de tweede echte klim en daarin maakte Erwin weer indruk door vol weg te te sprinten op het steilste stuk. Dat was overigens niet om indruk op mij te maken. Daarna een nieuw stuk voor mij via Ubachsberg, maar ik vond het nogal saai. Wel lekkere kilometers om goed door te rijden met af en toe een lichte helling.
De Keutenberg was de derde uitdaging. Ach die kom je altijd wel op en voor dat je het weet ben je de 22% voorbij. Op naar de Cauberg. Ik vind het een vervelende klim, maar dit jaar wordt wel het WK erop beslist. De verschillen waren klein; Nico had een grootse vorm en Theo gaat op karakter door. Zelf kon ik goed mee met Erwin en Jeroen, iets wat wel eens anders is geweest tijdens zo'n openingstocht. De kilometers vlogen voorbij. Via Margraten, Mheer, Noorbeek en Slenaken kwamen we in Teuven. En daar de ons zp vertrouwde klim naar het Monument, richting Sippenaeken. Daar ging ik zelf even 100% en het was maar goed dat ik geen meter had (accu niet geladen van de Carman).
Unaniem besloten we nog een lus van 20 km te maken via het Drielandenpunt (zie foto) en via de rustige klim van het Vijlenerbos terug te keren. Ware het niet dat Jeroen besloot nog even een klein stukje af te snijden waardoor we allemaal alsnog even vol door moesten en ikzelf met moeite de kramp kon vermijden. Gelukkig redden we het allemaal en kwamen we na ca 85 goede kilometers weer bij de Rozenhof. Douchen, wat eten, wat drinken en de voetbaluitslagen volgen. Wat dan nieuw is, is dat we allemáál naar onze smartphones grijpen en op die manier de buitenwereld binnen halen dan wel laten meegenieten van onze ervaringen.
Daarna naar huis; Nico en ik reden samen en waren beiden behoorlijk moe. Want dat is dan wel het enige smetje op het concept: wij vinden om acht uur op een carpoolplaats staan op een kille zondagmorgen best wel vroeg. We hebben/hadden het er graag voor over. Het seizoen is nu écht begonnen.
Voor de fans, de verslagen van 2009, 2008 en 2007
De route:
11 maart 2012
We zijn weer op weg
De afgelopen weken is mijn sportbeleving naadloos verschoven van lopen naar fietsen. Vandaag had ik de 10km op de CPC kunnen lopen, maar het lopen ging de laatste weken al niet meer zo goed. En het was natuurlijk prachtig fietsweer vanochtend. Dus een rondje van 70km met de Amerongse Berg als scherprechter. Het ging best goed. Mede door de tocht van vorige week (zie kaartje).
Na ruim een jaar fietste ik weer met mijn oude fietsmaten. Nico, Willem, Jeroen zijn de vaste waarden van de afgelopen 20 jaar. De laatste periode horen daar ook Peter en Erwin bij. En altijd komen er weer anderen mee, waar je direct een fietsklik mee hebt. Zeker als een andere Peter gelijk goedkeurend je Gios bekijkt en roemt als een 'mooi klassiek frame'. De tocht ging vanuit Driebergen en liep via Wijk bij Duurstede naar Vreeswijk. Het was best uitkijken met en in voorbijrazende pelotonnetjes, zeker als tegemoetkomende auto's gewoon 80 blijven rijden op de smalle weggetjes.
In Vreeswijk de traditionele pauze met koffie en appeltaart en daarna een lus langs Jaarsveld en IJsselstein. Bij Utrecht aangekomen haakte ik af en reed de rest door naar Driebergen; ik was daar op de fiets al heengegaan en maakte het rondje dus anders af. Veel mensen half gesproken, maar het was leuk ze weer te zien. Het zal niet de laatste keer zijn dit seizoen, dat weet ik wel.
23 januari 2012
Goed, Beter, Best zwaar
Na de kerstloop in Barendrecht hadden Bart en ik de smaak te pakken. Wat zou het volgende doel zijn? De Florijnloop in Woudenberg zat te dicht op het weekje (wandelen op) La Palma. Twee weken later was en in Best een halve marathon, die je voor 1/3, 2/3 of helemaal kon lopen. Tweederde halve marathon is gewoon éénderde hele marathon: dik 14km dus. Mooie afstand; niet te lang maar wel de moeite van de reis waard. Goed, Beter, Bestloop heette het; niet bijster origineel overigens. Intussen had ik aan de trainingscijfers van Bart gezien dat die verdraaid makkelijk een hoog tempo kon aanhouden. De rollen zouden wel eens omgedraaid kunnen zijn.
Het weer hield niet over. Wat heet: regen, enorme windvlagen, een laffe, nietszeggende zes, zeven graden Celsius. Niet echt fijne condities. En de organisatie was hier toch iets minder handig dan in Barendrecht. Waar waren de kleedkamers? De start en finish niet op de fraaie atletiekbaan, maar er buiten. Zo'n baan geeft net even iets meer cachet. Soit: tientallen vrijwilligers hielden het parcours vrij en stonden met bekertjes water en ook voor heb was het verre van fijn weer.
Er waren startvakken om kilometertijden gemaakt. Wij stonden in het vak 4.30-4.59/km. En terecht, want dat zouden we inderdaad gaan lopen. De eerste honderden meters haalden we nog mensen in die zichzelf toch te hoog hadden ingeschat en daarna lag het allemaal mooi en dicht bij elkaar. De eerste km's gingen voortvarend: 4.30/km. Bart riep wel dat dit te hard was, maar liep vervolgens wel lekker door. Na een kilometer of drie, vier moest ik hem laten gaan. Ik wist dat ik mezelf volledig zou opblazen als ik geen gas terug nam. Daardoor kwam ik op het stuk met wind tegen wel alleen te lopen. Kilometertijden gingen richting de 4.50 en het werd werken. De laatste twee kilometer was de wind in de rug en dat was wel even fijn. Wind is minder een factor dan bij fietsen, maar het maakt wel uit. De eerste 7 km gingen in 32.51, dat ging best goed.
In de tweede ronde kwam er een groepje achterop lopen. Ik merkte dat ik al best moe begon te worden. Maar op de tanden bijten en blijven volgen. Dat was wel zo prettig op het stuk met wind tegen. Totdat ik merkte dat bij kilometer 12 het tempo wel heel erg gezakt was (4.57). Dat was aanleiding voor een lichte demarrage. Gelukkig deed mijn hartslagfunctie het niet, ik denk dat ik tien minuten lang tegen de 180 slagen heb gelopen. Bart was inmiddels uit zicht. Na de mat van de 14 km was het nog 200 meter naar de finish. Een sprintje en binnen. Minder tevreden dan in Barendrecht, maar wel een stuk harder gelopen,zeker als je rekening hield met de omstandigheden. Ineens stond Bart achter me, die had de finish pas gezien toen ik op het 14km-punt voorbij kwam. Officieel was hij een seconde langzamer, in de werkelijkheid anderhalve minuut. Klasse hoor, de beer is los.
Daarna meteen naar huis. Het weer was er niet naar om eens fijn te blijven hangen. Maar de tevredenheid was groot. En nu maar weer gaan fietsen. Als het tenminste niet gaat kwakkelen in de komende weken.
24 december 2011
Eindelijk weer een 'loopje'
Het was al weer even geleden dat ik een 'loopje' deed. Sowieso was de laatste twee jaar het hardlopen wat op de achtergrond geraakt en had ik wedstrijdjes/prestatieloopjes waar ik me zelfs al voor had ingeschreven aan mij voorbij laten gaan. Daar zijn goede redenen voor; gelukkig staat het er nu beter voor. Dus nadat ik in oktober weer de loopschoenen wat vaker aantrok werd het tijd om een doelt te bepalen. De 10 EM (Engelse Mijl) was me goed bevallen; net lang genoeg voor een duurlooptempo en niet te lang om helemaal stuk te gaan zoals op een halve marathon.
Ondertussen wasik erachter gekomen dat Bart, die van school en voetbalclub ken, ook hardliep en zo'n beetje hetzelfde tempo heeft. Hij had ook wel zin in ene wedstrijdje. Had ie nog nooit gedaan, maar leek hem wel wat. Ik voorspelde hem dat hij hij dan harder zou gaan dan hij voor mogelijk hield. Het werd Barendrecht, bij CAVEnergie, zondag 18 december. Niet geheel onlogisch de Kerstloop. Het is het soort wedstrijdjes waar in van houd. Niet druk, een gemoedelijke sfeer, goed georganiseerd en die acht euro inschrijfgeld volledig waard omdat je weet dat het volledig in de clubkas belandt van zo'n vereniging. De heenreis was gezellig, al keuvelend/bijpratend waren we ruim op tijd en konden we ons gemak sfeer proeven, inlopen en wat rekken strekken. De loop zelf ging prima. We startten redelijk achteraan op de atletiekbaan en tijdens het eerste volle rondje daar was het laveren om vooruit te komen. Nu weet ik weer waarom ik graag wat verder naar voren start. De eerste km gin in 4.58 en de volgende in 4.40. Gelijk al een fikse hartslag, maar de benen waren goed. Het idee was om alle kilometers net onder de 5.00/km te lopen en tegen het eind te versnellen. Dan kwam je op een tijd van onder de 1.20. Nog een stuk van mijn PR van 1.13.01, maar ik was nu eenmaal minder getraind. Dat lukte heel goed: alles ging tot 8 km in 4/45-4.50/km (5 km tijd 24.20), maar daarna kreeg je een viaduct en kroop het naar de 5.00/km. Bart liep voortdurend op een kleine 100 meter achter me, eigen tempo en het zag er goed uit.
Na km 10 (in ca 48.50)kreeg je een stuk wind tegen en dat was werken. Daarna kwam ik in een mooie cadans. Hartslag 175 maar nog steeds niet tot het gaatje. Op een dijkje kon ik een stuk van 2 km nog iets versnellen en de laatste 2 km was het spoorviaduct nog een lastig bultje. Wat hielp was dat ik degene voor me, waar de afstand telkens 150 m was, ineens bijhaalde en via een eindsprint achter me kon laten. Ik kwam binnen op 1.17.50 met een nettotijd van 1.17.30 oid. Prima gedaan dus. Even later kwam Bart aanrennen: Een prima debuut; 1.19.30. Daar kan nog wel wat vanaf; hij kwam nogal fris over de meet. Tevreden keerden we naar huis en won Feyenoord ook nog eens van FC Twente met 3-2. Voor de liefhebbers, de statistieken:
Ondertussen wasik erachter gekomen dat Bart, die van school en voetbalclub ken, ook hardliep en zo'n beetje hetzelfde tempo heeft. Hij had ook wel zin in ene wedstrijdje. Had ie nog nooit gedaan, maar leek hem wel wat. Ik voorspelde hem dat hij hij dan harder zou gaan dan hij voor mogelijk hield. Het werd Barendrecht, bij CAVEnergie, zondag 18 december. Niet geheel onlogisch de Kerstloop. Het is het soort wedstrijdjes waar in van houd. Niet druk, een gemoedelijke sfeer, goed georganiseerd en die acht euro inschrijfgeld volledig waard omdat je weet dat het volledig in de clubkas belandt van zo'n vereniging. De heenreis was gezellig, al keuvelend/bijpratend waren we ruim op tijd en konden we ons gemak sfeer proeven, inlopen en wat rekken strekken. De loop zelf ging prima. We startten redelijk achteraan op de atletiekbaan en tijdens het eerste volle rondje daar was het laveren om vooruit te komen. Nu weet ik weer waarom ik graag wat verder naar voren start. De eerste km gin in 4.58 en de volgende in 4.40. Gelijk al een fikse hartslag, maar de benen waren goed. Het idee was om alle kilometers net onder de 5.00/km te lopen en tegen het eind te versnellen. Dan kwam je op een tijd van onder de 1.20. Nog een stuk van mijn PR van 1.13.01, maar ik was nu eenmaal minder getraind. Dat lukte heel goed: alles ging tot 8 km in 4/45-4.50/km (5 km tijd 24.20), maar daarna kreeg je een viaduct en kroop het naar de 5.00/km. Bart liep voortdurend op een kleine 100 meter achter me, eigen tempo en het zag er goed uit.
Na km 10 (in ca 48.50)kreeg je een stuk wind tegen en dat was werken. Daarna kwam ik in een mooie cadans. Hartslag 175 maar nog steeds niet tot het gaatje. Op een dijkje kon ik een stuk van 2 km nog iets versnellen en de laatste 2 km was het spoorviaduct nog een lastig bultje. Wat hielp was dat ik degene voor me, waar de afstand telkens 150 m was, ineens bijhaalde en via een eindsprint achter me kon laten. Ik kwam binnen op 1.17.50 met een nettotijd van 1.17.30 oid. Prima gedaan dus. Even later kwam Bart aanrennen: Een prima debuut; 1.19.30. Daar kan nog wel wat vanaf; hij kwam nogal fris over de meet. Tevreden keerden we naar huis en won Feyenoord ook nog eens van FC Twente met 3-2. Voor de liefhebbers, de statistieken:
25 september 2011
De verschillende kanten van de Ventoux
Drie sterren geeft de Michelkaart aan de Mont Ventoux. De Reis Waard. Voor geen één berg is dat zo waar als voor deze. Ook wij gingen dit jaar weer overstag. Bijna 1200 km heen en ook weer terug om naar die 1900 meter hoogte te klimmen. En we waren echt niet de enigen; op een gemiddelde zaterdagmiddag in september was het aardig druk. De magie van de Ventoux is al zo vaak beschreven, daar waag ik me niet meer aan. Voor mijn broer en mij had de Ventoux dit jaar ook een extra betekenis. Een symbool voor grote uitdagingen die je aan wilt gaan en die veel van je vergen en waar je gaandeweg de rit maar ziet hoe het gaat.
We besloten na ons wederom riante ontbijt (niet echt, maar het uitzicht en het fijne terras van het hotel vergoedt veel) met de auto naar Malaucène te gaan. Dat zou ons na de beklimmingen een slotrit van 20 km besparen. Diezelfde 20 km infietsen moesten we nu wel missen. Tamelijk vers dus de 'andere' kant aangegaan. Het was even pruttelen; koffie, sanitaire stop, bidons, GPS-signaal opvangen, maar klokslag 10.00 uur was het zover. We reden weg. De eerste twee kilometer nog samen, maar als snel haakte mijn broer af. In een heerlijk tempo, hartslag rond de 150 de eerste tien kilometer gereden. Die zijn eigenlijk gewoon een 'normale' col. Regelmatig schoof ik tergend langzaam langs andere fietsers, op deze snelheden vlieg je niet echt langs je medefietsers. Het gaf gelegenheid tot een een kort gesprekje, een vriendelijke groet en ook een gevoel van kameraadschap: wij rijden allemaal hier op deze berg. Na de eerste tien kilometer is het wel gedaan met de pret. Gelukkig staat het langs de kant: de stijgingspercentages voor de komende kilometer. Elf, twaalf, tien, elf. Dit zijn de zwaarste kilometers hier en zijn ook de kilometers van het fameuze daalstuk waar je moeiteloos de 80 km/h haalt.
Ik kwam het goed door; op mijn lichtste verzet en nog soepel draaiend. Bij Mont Serein, het Chalet Reynard van deze kant, even een kort stuk om op adem te komen en dan de laatste ruk naar de top. Het was wel kil geworden; even druppelde het zelfs en het was niet warmer dan vijftien graden. In de laatste kilometer kon ik nog opschakelen en versnellen. De 1.55 was een tijd waar ik uitstekend mee kon leven, beter dan met de gekte en kermis op de top. Ik besloot een klein stukje terug te dalen en daar op mijn broer te wachten. Die kwam na een kwartier en had eveneens heerlijk gereden, niet te gek, maar toch ruim twee uur op groot vermogen.
Het was fris, ondanks de zon die regelmatig doorkwam, en we besloten snel te gaan dalen. Ook hier weer hoge snelheden, vooral het Bos is echt gevaarlijk, met soms slecht liggende bochten en dwaze motoren en automobilisten die de 'ideale lijn' kiezen. Gelukkig was het rond de velden van Bédoin provençaals warm geworden. De tussenstop in Bédoin werd dus een aangename aangelegenheid, met salade en pasta op een goed terras. En ruim de tijd genomen om bij te komen en krachten op te doen voor de laatste krachtproef van vandaag en voor mij ook het wielerseizoen.
Over de terugweg: dit was echt een weg terug. Zelf merkte ik dat de fietsvaardigheden er wel waren om door te knallen, maar het hoofd er echt anders over dacht. Als een echte toerist tot St Estève en in het bos al snel van de fiets om even bij te komen. Al die keren dat ik hier reed en wilde afstappen, en het niet deed. Vandaag dus wel. Een kilometer of vier verderop nog een keer en bij Chalet Reynard besloot ik op mijn broer te wachten en hem te fourageren met verse blikjes cola. Intussen fietste in in een soort jojo achtervolging op een stel landgenoten die er net zo relaxed in stonden. Langzaam maar zeker trok de hemel boven de Ventoux dicht: dat zou nog een kille zaak gaan worden. De laatste zes kilometer waren voor mijn broer de gelegenheid om eens helemaal volle bak te gaan en het uiterste te vragen van zichzelf. Ik bleef in de modus van het bos en door de riante pauze had ik voldoende krachten om ontspannen naar de top te gaan. Verschillende kanten van dezelfde top dus. Het was bijzonder onaangenaam op de top dus ik ritste mijn shirt dicht, liet het fotowerk en terugblikwerk voor wat het was en daalde voor mijn broer uit naar ons vertrekpunt. Heerlijke afdaling toch, zeker met zo weinig verkeer en een goed gevoel over deze dag.
Eenmaal veilig in Malaucène was er ruimte voor emoties en bespiegelingen. De Ventoux als metafoor voor onze intensieve levens. En de intense tevredenheid dit samen gedaan te hebben, terwijl er wel driehonderd redenen waren om niet te gaan. De gegevens van de dag.
We besloten na ons wederom riante ontbijt (niet echt, maar het uitzicht en het fijne terras van het hotel vergoedt veel) met de auto naar Malaucène te gaan. Dat zou ons na de beklimmingen een slotrit van 20 km besparen. Diezelfde 20 km infietsen moesten we nu wel missen. Tamelijk vers dus de 'andere' kant aangegaan. Het was even pruttelen; koffie, sanitaire stop, bidons, GPS-signaal opvangen, maar klokslag 10.00 uur was het zover. We reden weg. De eerste twee kilometer nog samen, maar als snel haakte mijn broer af. In een heerlijk tempo, hartslag rond de 150 de eerste tien kilometer gereden. Die zijn eigenlijk gewoon een 'normale' col. Regelmatig schoof ik tergend langzaam langs andere fietsers, op deze snelheden vlieg je niet echt langs je medefietsers. Het gaf gelegenheid tot een een kort gesprekje, een vriendelijke groet en ook een gevoel van kameraadschap: wij rijden allemaal hier op deze berg. Na de eerste tien kilometer is het wel gedaan met de pret. Gelukkig staat het langs de kant: de stijgingspercentages voor de komende kilometer. Elf, twaalf, tien, elf. Dit zijn de zwaarste kilometers hier en zijn ook de kilometers van het fameuze daalstuk waar je moeiteloos de 80 km/h haalt.
Ik kwam het goed door; op mijn lichtste verzet en nog soepel draaiend. Bij Mont Serein, het Chalet Reynard van deze kant, even een kort stuk om op adem te komen en dan de laatste ruk naar de top. Het was wel kil geworden; even druppelde het zelfs en het was niet warmer dan vijftien graden. In de laatste kilometer kon ik nog opschakelen en versnellen. De 1.55 was een tijd waar ik uitstekend mee kon leven, beter dan met de gekte en kermis op de top. Ik besloot een klein stukje terug te dalen en daar op mijn broer te wachten. Die kwam na een kwartier en had eveneens heerlijk gereden, niet te gek, maar toch ruim twee uur op groot vermogen.
Het was fris, ondanks de zon die regelmatig doorkwam, en we besloten snel te gaan dalen. Ook hier weer hoge snelheden, vooral het Bos is echt gevaarlijk, met soms slecht liggende bochten en dwaze motoren en automobilisten die de 'ideale lijn' kiezen. Gelukkig was het rond de velden van Bédoin provençaals warm geworden. De tussenstop in Bédoin werd dus een aangename aangelegenheid, met salade en pasta op een goed terras. En ruim de tijd genomen om bij te komen en krachten op te doen voor de laatste krachtproef van vandaag en voor mij ook het wielerseizoen.
Over de terugweg: dit was echt een weg terug. Zelf merkte ik dat de fietsvaardigheden er wel waren om door te knallen, maar het hoofd er echt anders over dacht. Als een echte toerist tot St Estève en in het bos al snel van de fiets om even bij te komen. Al die keren dat ik hier reed en wilde afstappen, en het niet deed. Vandaag dus wel. Een kilometer of vier verderop nog een keer en bij Chalet Reynard besloot ik op mijn broer te wachten en hem te fourageren met verse blikjes cola. Intussen fietste in in een soort jojo achtervolging op een stel landgenoten die er net zo relaxed in stonden. Langzaam maar zeker trok de hemel boven de Ventoux dicht: dat zou nog een kille zaak gaan worden. De laatste zes kilometer waren voor mijn broer de gelegenheid om eens helemaal volle bak te gaan en het uiterste te vragen van zichzelf. Ik bleef in de modus van het bos en door de riante pauze had ik voldoende krachten om ontspannen naar de top te gaan. Verschillende kanten van dezelfde top dus. Het was bijzonder onaangenaam op de top dus ik ritste mijn shirt dicht, liet het fotowerk en terugblikwerk voor wat het was en daalde voor mijn broer uit naar ons vertrekpunt. Heerlijke afdaling toch, zeker met zo weinig verkeer en een goed gevoel over deze dag.
Eenmaal veilig in Malaucène was er ruimte voor emoties en bespiegelingen. De Ventoux als metafoor voor onze intensieve levens. En de intense tevredenheid dit samen gedaan te hebben, terwijl er wel driehonderd redenen waren om niet te gaan. De gegevens van de dag.
23 februari 2011
Mont Ventouxervaring in Salland

Na weer een flinke periode van rust voor de Gios -en mijzelf- is het wielerseizoen weer begonnen. Dat was nodig. Eerst werd ik in september geveld door een nekhernia en de daaruit volgende gedwongen sportpauze deed de kilo's eraan vliegen. Tweemaal per week spinnen en regelmatig fitness hielpen maar matig, zeker gezien de feestdagen en de stressvolle omstandigheden thuis. Daarom was het fijn dat ik in januari weer kon gaan hardlopen. Goed om het hoofd leeg te maken en ook goed voor de conditie. En sinds een paar weken dus weer de fiets. En dat is toch de ultieme vorm van sport.
Het eerste rondje was op een mooie zondagmiddag. Eergisteren wilde ik naar ons vakantieadres fietsen (120 km), maar een staffe oostenwind tegen bij nul graden deed me dat plan doen wijzigen. De laatste 30 km dan wel gefietst, met een ommetje 'Holterberg'. Het ging heerlijk, even wennen aan de kou, maar eenmaal daar doorheen genoot ik met volle teugen. Na het eerste stulpje, waar in de Heuvelrug ik niet eens hoef te schakelen, peddelde ik rustig door. En ineens ging de weg weer omhoog. Onverwacht en steil. De Carman gaf tien procent aan. Tien procent! Net zo steil als de Ventoux!. In Nederland boven de rivieren. Daar maken ze gelijk dan weer rare waarschuwingsborden voor (zie foto). Ik liep volledig vast op mijn verzet en moest zwaar terug. Volmaakt tevreden kwam ik boven. Het fiets- en klimgevoel was weer helemaal aanwezig op de Grote Koningsbelt
Rustig fietste ik naar het huisje en de dag erop maakte ik nog een fraai rondje in de buurt. Niet meer dan 40 km, daarvoor was het te koud (nog steeds rond de nu graden). Een goed begin
16 augustus 2010
Finish in Breizh

Eigenlijk was ik al klaar met fietsen. In juli ben ik nog drie maal op de fiets gestapt en de laatste twee tochten eindigden met een niet te herstellen lekke band. Een sneu einde van het seizoen, dus zou ik op vakantie de GIOS meenemen en nog wat tochtjes gaan rijden. Zo gezegd, zo gedaan. Nieuwe bandjes, nieuw -hoopvol na de eerste proefjes- pompje erop gezet en gaan maar. Vier tochten door Bretagne (Brezih op zijn Bretons), dat het meest fietsminnende deel van Frankrijk is. Je ziet er mensen op gewone fietsen naar de bakker gaan, maar ook veel wielrenners. Het is de streek van Bobet en Hinault, die hier duizenden trainingskilometers aflegden. Ik las ooit dat Hinault in zijn geboortestreek goed tot rust kwam: 'eten, slapen, fietsen - tot 300 km op een dag'. Ook qua landschap leek het deel van Bretagne waar ik zat op Nederland. Een 'poldèr' op de bekende witte bordjes zien staan is toch wel uniek. En hoger dan 100 meter ging het toch niet. Al was de Mont Dol een leuke uitdaging: een paar honderd meter tussen de 16% en de 22%: behoorlijk steil.
De langste tocht voerde van St Méen le Grand naar het vakantiehuis. Terugfietsen na een uitje, waarbij op de heenweg de fiets achterop meeging. Dat vertrekplaatsje was in 2008 de startplaats van een heuse Touretappe. Niet geheel toevallig: het was de geboorte- en woonplaats van Louison Bobet die in 1953-1955 driemaal de Tout op rij won. Er schijnt een museum voor hem te zijn, maar het plaatsje ademende in niets een gastvrije sfeer uit. De ruim 70 km naar het vakantiehuis voerde over een glooiend parcours en legde ik in 29.0 km/h gemiddeld af. Al met al kwam er nog 198 km bij en dit seizoen sluit de teller op ruim 1700 km. Best aardig. Nu de fiets schoon de schuur in de schoenen aan.
26 juli 2010
Overgangsetappe
De Tour voorbij; het WK voorbij; velen komen zelfs al terug van vakantie. En met de Vaujany al weer vijf weken terug is het fietsen flink in het slob gekomen. Eén tochtje naar Brabant, waar we de WK-finale gingen kijken. En dat eindigde nog eens in een treurig einde in de bezemwagen. Een lekke band in Gorinchem kon niet gerepareerd worden en de VdH die met de auto reisde pikte me op. Daarna is het er niet meer van gekomen. Geen goesting, geen doel. En zo eindigt het fietsseizoen een beetje sneu. Nog een paar rondjes op vakantie, maar geen grote doelen meer. Dit jaar is geen fietsjaar geworden en de redenen zijn bekend. Maar als ik dan mijn fiets schoonmaak, ben ik wel blij over de make-over in het voorjaar en kijk ik al weer vooruit naar 2011.
Dan moet het er echt maar eens van komen: Pyreneeën van kust naar kust. Al dan niet met een georganiseerde reis, al dan niet met een clubje. Willem gaat er ook voor en dat maakt in elk geval al twee. En dat doel werpt zijn blik vooruit naar nu. De conditie was tijden de Vaujany niet echt geweldig. Duuuussshh. Begin ik nu met hardlopen om het tot het voorjaar 2011 vol te houden. Hardlopen en fietsen gaat volgens de Goeroe van Jeroen (Chris Brands)heel goed samen. En doordeweeks minimaal een keer spinnen om het fietsritme vast te houden.
En dan volgend voorjaar weer vaker fietsen. Waarschijnlijk gaat het voetbal minder tijd vergen en staat mijn hoofd meer naar de Gios dan de afgelopen maanden. En als we dan een concrete datum hebben komt de moraal vanzelf. Kortom: met vooruitblikken komen we deze overgangsfase wel door. En de hardloopschoenen heb ik al weer aangetrokken.
Dan moet het er echt maar eens van komen: Pyreneeën van kust naar kust. Al dan niet met een georganiseerde reis, al dan niet met een clubje. Willem gaat er ook voor en dat maakt in elk geval al twee. En dat doel werpt zijn blik vooruit naar nu. De conditie was tijden de Vaujany niet echt geweldig. Duuuussshh. Begin ik nu met hardlopen om het tot het voorjaar 2011 vol te houden. Hardlopen en fietsen gaat volgens de Goeroe van Jeroen (Chris Brands)heel goed samen. En doordeweeks minimaal een keer spinnen om het fietsritme vast te houden.
En dan volgend voorjaar weer vaker fietsen. Waarschijnlijk gaat het voetbal minder tijd vergen en staat mijn hoofd meer naar de Gios dan de afgelopen maanden. En als we dan een concrete datum hebben komt de moraal vanzelf. Kortom: met vooruitblikken komen we deze overgangsfase wel door. En de hardloopschoenen heb ik al weer aangetrokken.
01 juli 2010
Vaujany: bloemenvelden en greppels

Er is veel te zeggen over cyclo's. De beleving van een een echte wedstrijd, met een startnummer, tijdwaarneming en een klassering, geeft iets extra's ten opzichte van een gewone toertocht of een zelfbedacht ritje. Nadeel is het tijdstip van vertrek. Vaak zo rond 7.00 uur in de morgen en dat betekent vroeg opstaan. En in combinatie met een portie zenuwen betekent dat automatisch een slechte, onrustige nacht. Nu moet worden gezegd dat dit jaar bij de strat van de Vaujany het nadeel beperkt was. Door de keuze van Remco was de rijtijd naar de start minimaal; een dikke 5 minuten, dalend naar de barrage van Le Verney. En omdat Pascal en Jurriaan zonder enige vorm van mokken mooi op tijd weer een goed ontbijt voor ons toverden was de stress relatief gering.
We konden daarom ook op het laatste moment naar beneden gaan voor de start en eenmaal 'in positie' in het juiste startvak werden we vrijwel gelijk losgelaten. Opmerkelijk was dat ik als enige in een Oranje-Nassau outfit fietste, terwijl de harde kern (Jeroen, Erwin, Remco, Koos, Theo) zijn inspiratie zocht in het Pantanishirt van een jaar terug. De eerste 20 kilometers vlogen we naar de voet van de eerste col, La Morte. Een gemiddelde van 43 km/h, best aardig voor het begin van een cyclo. De verwachtingen waren divers; velen twijfelden of ze wel de hele afstand (173 km) moesten rijden. Na 100 kilometer was er wat dat betreft een keuzemoment, maar dat komt hier nog wel terug.
In de eerste kilometers vlogen Jeroen en Erwin weg en haalde ik Remco snel bij in een fijne groep die goed doorreed. Tot halverwege de La Morte hield ik Remco in het vizier, maar daarna liet ik het lopen. Hartslag maximaal 155, verzet 30x23, allemaal om mezelf niet over de kop te rijden. De klim was lang, maar goed te doen. Soms een steiler stukje, maar gemiddeld zo'n zeven procent en daardoor een niet al te zware opgave. Eenmaal boven bleek het intieme karakter van de Vaujany. Ik heb nog nooit een cyclo gereden waar ik na 40 kilometer helemaal alleen kwam te zitten. Een ervaring die we allemaal hadden overigens. Af en toe haalde een groepje dalers me bij, maar na een tussenklimmetje (dat we hadden gespot toen Karim en ik het parcours helemaal hadden doorgenomen) zat ik weer alleen.
Een korte stop in Valbonnaai, waar de -eerste en tegenvallende- revatailering was en daarna de Ornon. Zo'n 15 kilometer vals plat, met stukjes serieuzer werk. Slopend als je boven je macht rijdt, maar frustrerend als je op reserve rijdt, omdat je harder wilt en het zo eindeloos duurt. De schitterende natuur maakte veel goed. Een prachtig bloemenveld was ook anderen opgevallen en als je in een cyclo naar een bloemenveld kan kijken is het eigenlijk heel ontspannen. Vlak voor de Ornon een tikje op mijn linkerbil: Koos. Die zag er fris en opgewekt uit en ik liet hem gaan. Ik hield een korte pauze op de Ornon (wateren, rekken). In mijn hoofd begon het afwegen. Als ik voor de 109 kilometer zou kiezen zou ik voluit kunnen gaan en zou ik vrijwel zeker Goud halen. Ik was nog geen vier uur onderweg dus dat kon makkelijk. De middag zou ik op het terras kunnen doorbrengen met SMS-je sturen naar de dapperen van de 173 kilometer.
Maar ik besliste anders op de kruising (zie foto) en nog steeds vraag ik me af waarom. De klim naar Villard Reculas was nog wat makkelijker dan de La Morte, maar de tank bij Sjaak begon leeg te raken. Vooral de mentale tank, want de benen waren goed. Doodmoe was ik, door al die slechte nachten en de stress van de laatste maanden. Het weerhield me van genieten. Meerdere malen besloot ik terug te gaan, stapte een paar keer zelfs af, maar uiteindelijk maakte ik toch de klim naar Alpe d'Huez af. Via de 'poid lourds' route, die wat makkelijker was. Besluiteloos zat ik daar, tot na 20 minuten Nico verscheen aan de horizon. Dat gaf moraal. Met hem durfde ik de vervelende Sarenne nog wel aan en dan zouden we samen de rit af kunnen maken. Over een tijd/klassering dacht ik al helemaal niet meer. We wachtten nog even op Willem maar toen die niet aankwam gingen we samen door. Een afdaling waarin je maximaal 30 km/h rijdt en dan nog eens twee kilometer met 10% naar 2000 meter. Het ging fysiek wonderwel en ook mentaal zat ik beter door het gezelschap van Nico.
In de afdaling van de Sarenne reed Nico lek en dat was de voorbode van veel ellende. We kregen de band niet meer stabiel en bij de tweede stop kwam Willem ons te hulp. Ook hij kreeg de band niet meer goed en even later gaf Nico de brui eraan en stapte in de bezembus. Jammer voor hem, maar er was ook opluchting, want Nico zat er nu mentaal doorheen. Hij zou de tocht niet uitrijden helaas. Willem en ik hadden daarentegen volop moraal en knalden de Lautaret af en reden dik boven de 30 km/h door het dal naar de voet van de volgende klim. Ondertussen hoorde ik van Jeroen dat Erwin en hij Goud hadden gehaald en dat Koos en Remco ook binnen waren (beiden mooi Zilver). De laatste klim was tevens de zwaarste ook: de Vaujany zelf. Nu bleken 168 kilometers voorafgaand aan de laatste vijf (aan 10% gemiddeld) toch wel te wegen. Zelf had ik een tussenstop nodig, Willem reed heel rustig en gestaag. Samen kwamen we over de finish: 10 uur en 15 minuten. Waarvan bij mij zeker een uur wachttijd vanwege pech en slechte moraal. Dus met wat meer 'basis' had ik hier goed naar Zilver kunnen rijden. De andere vier wachtten ons op bij de finish waar we echt letterlijk voor het sluiten van de markt binnenkwamen. We reden dus in de achterhoede van het geheel.
de ploeg van de 173 km
Maar dat was niet van belang. Uiteindelijk was ik wel blij de hele tocht te hebben gedaan, maar het alternatief was ook goed geweest. Het alternatief waar Theo, Jan-Pieter en Karim naar hun volle tevredenheid voor hadden gekozen. De hele avond rolden de verhalen, avonturen, specualties over tafel. Om negen uur trok ik het niet meer en ging ik doodmoe naar bed. Een vroeg einde van een enerverende dag.
De route van vandaag:
29 juni 2010
Reculer pour mieux sauter

Het is één van die uitdrukkingen (titel) uit een andere taal, die gemeengoed is geworden. Je terugtrekken om daarna er weer beter uit te komen. De derde dag van de fietsvakantie 2010 was er zo één. Na twee zware beklimmingen en een dalende moraal was het tijd voor een (halve) rustdag. Wat ook bleek: de groepsdrang was gering vandaag en ieder trok zijn eigen plan. Koos, Erwin en Jan-Pieter gingen de Glandon doen (en dus óók de Croix de Fer). Jeroen, Karim, Nico, Remco, Willem en Theo bezochten Bourg d'Oisans en toen had ik het châlet min of meer voor mezelf. Anne, Pascal en Jurriaan waren wel bezig, maar dat was ik ook. Eerst opgeruimd in de kamer en toen alle internetverbindingen gecheckt. Daardoor werd het mogelijk om te bloggen (eerste twee dagen) en wat mail af te werken. Met een geweldig uitzicht zou dat best wennen als werkomgeving. Maar evengoed kwam er een mentale rust over me en dat was even nodig.
Begin van de middag kwam er al een groepje terug en Willem had wel zin in een tochtje naar de Ornon. We schreven ons eerst in in Vaujany en dat was nog twee kilometer klimmen. Nog een leuk extraatje bovenop de drie kilometer die we inmiddels al wel kenden. Het inschrijven ging vlot en na de flitsende afdaling rustig naar de Ornon gepeddeld. Het was een verademing om weer eens een col met hartslag 140 te kunnen rijden. Een rustige 5-7%, goed te doen. In het tweede deel werd het wat zwaarder en bleef Willem wat achter. Die reed helemaal voor de ontspanning. De natuur was overweldigend en een dag later zou ook de andere kant zeer fraai zijn. een col van 1371 meter, niet zo hoog dus, maar zoals Willem treffend zei: 'hier zie je wat nu een col is; het laagste punt in de bergeketen'.
We dronken wat op de top, daalden snel, maar veilig en draaiden lekker door tot de slotklim. Die ging voor de derde keer nu heel goed en eigenlijk kwam ik superrelaxed boven bij het chalet. Een echte rustdag voor de geest en een beetje inspanning voor het lichaam. We aten buiten dit keer en er was een groep fietsers bijgekomen. Mannen die echt wel snel reden en die in een maand meer bij elkaar fietsen dan ik dit hele seizoen. Nerveus ging iederen vroeg naar bed voor de grote dag. Het stapje terug was me goed bevallen.
De route van de dag:
Abonneren op:
Posts
(
Atom
)

