06 juli 2007

Meten is weten na de meet



Het fijne van de Maratona is dat er onderweg op maar liefst vijf punten wordt geklokt. Op de Gardena, de finish/doorkomst, de Campolongo (tweede passage), bij het begin van de Giau, op de Giau en uiteraard bij de start en finish. Vorig jaar kon Sjaak daardoor een analyse maken van de (tussen)tijden en die Jeroen als verjaardagskado aanbieden. Zijn cijfers waren namelijk voortreffelijk.

Dit jaar is anders. We waren met elf man, waarvan er acht de volledige Maratona reden. Peter P was ziek geworden, Peter F ook (maar dan van de bergen en reed daarom de Sellaronde)en Rob had geen lekkere dag en reed de 106 km. Die acht man zijn prachtig te vergelijken. En meten is weten dus Sjaak is eens lekker gaan pielen. Piel lekker mee (en klik op de tabel voor een vergroting):

tussen- en eindtijden van de tien rijders

Wat we allemaal wisten: Jeroen en Erwin zijn vrijwel de gehel rit bij elkaar gebleven. Erwin moest even wachten soms, maar ze ontliepen elkaar nauwelijks. Peter B heeft ze op de hielen gezeten en Sjaak zat er niet ver achter, zonder in de buurt te komen overigens. Opvallend is dat Sjaak in het laatste deel niet veel tijd meer op de toppers verloor; het harde bewijs dat de goede training/voorbereiding zijn vruchten afwierp. Kees zat in de eerste lus dicht bij Sjaak maar moest daarna het gat toch groter laten worden. Jaap liep gestaag in op Kees; een colletje erbij en ze waren hand in hand binnengekomen. Nico en Tom deden haasje over. Fietsten niet samen op, maar bleven in de buurt van elkaar. Uiteindelijk gaf de routine en ervaring van Nico wellicht de doorslag. Rob zat goed op schema om lekker mee te doen en weet dat hij in pricipe de bergen goed aankan. Peter F was na 3.39.40 uit zijn lijden verlost en mag zich gaan toeleggen op dijken en polders. Grappig om te zien waar de anderen waren op het moment dat jij ergens een meetpunt pakte. Zo waren Jeroen en Erwin al op de Campolongo II toen Tom en Nico de Gardena bedwongen. Zo krijg je een beetje gevoel voor verhouding en afstand.

trajectijden tussen de meetpunten in (klik op het plaatje voor een vergroting)

Als je de tijden tussen de trajecten bekijkt is er hetzelfde beeld. Jeroen en Erwin zijn meestal het snelste. Opvallend is dat het lange stuk zonder klim tussen Campolongo II en de voet van de Giau Stefan, Peter B en ook Jaap sneller zijn. En de tijd van Kees op de Giau is overduidelijk: die was daar niet meer in balans.

Laat een en ander op je inwerken. In een ander blogje vergelijk ik nog de tijden van Jeroen, Nico en Stefan van 2006 met die van dit jaar.

01 juli 2007

Zo was het bedoeld


Alle voorbereidingen en plezier van de afgelopen dagen ten spijt; vandaag was het echte doel van de mini-vakantie. De Maratona. Na een verrassend goed nachtje stonden mijn kamergenoten en ik op. Half 5, daar verklaren ze je voor gek mee, maar eenmaal op is het vroege opstaan ook wel weer prettig. Je hebt een hele lange dag voor de boeg. Bij het ontbijt bleken de zenuwen sommigen in bedwang te hebben. Tom speurde nerveus naar zijn pasta en eieren bij het ontbijt. We hoopten ruim naar de WC te kunnen hetgeen slechts een enkeling gegeven was. Jeroen was volgens Kees even 'niet in balans' toen hij zijn bidons vergeten bleek te hebben. Maar rond kwart voor 6 reden we ons gepoetst rijwielpark naar La Vila. Kijk, en daar hebben ze nu over nagedacht. En route vanwege de luttele drie kilometer die hotel Miramonti van de start ligt en de organisatie over de indeling van de startvakken en de aanrijroutes daar naar toe. Zoveel beter dan het gedrang bij de uitreiking van de startnummers zoals Tom al beschreef.

De start is eigenlijk een van de hoogtepunten van de Maratona. De sfeer is super relaxed, je zwaait eens naar de camera in de helikopter, doet een plas, scant je omgeving en taxeert je kledingkeuze. De 12 graden deed Sjaak beslissen om geen armstukken aan te doen en wel een jackje voor de afdalingen. Echt spijt had ik er niet van maar armstukken alleen had wel volstaan. Om kwart over zes de start van de kanjers en slechts twee minuten later mochten wij al de Afrikaanse trommelaars passeren. Even volgde ik Jeroen en Erwin maar die verdwenen snel uit zicht. Samen met Peter B en Kees vormde ik de tweede groep. De Campolongo I was natuurlijk een eitje. De afdaling fantastisch want je dook in een wolkendek en in Arabba was het dan ook steenkoud. Sjaak bedacht zich ook dat zijn banden wat zacht voelden. Inderdaad kon er nog 2 bar bij. In de klim naar de Pordoi achterhaalde ik eerst Kees en daarna Peter B. We besloten om als het uitkwam samen te rijden en tot aan de start van de Sella lukte dat. Toen vond Peter B een snellere collega, maar bovendien één van de vrouwelijke kunne. Daar kon Sjaak niet tegenop.

Het ging wel lekker met Sjaak. Rustig, hartslag niet boven de 150 en de woorden van Jeroen kwamen uit die eerder de week voorspelde dat 'je met dezelfde snelheid een hartslag op 20 per minuut lager zou zitten zondag'. Elke afdaling ging nog in het jackje en zelfs de Gardena hield ik het aan. Ik zag dat ik sneller ging dan vorig jaar. Toen passeerde ik de Gardena in 2.54 dacht ik en nu in 2.39. Het bleek nog meer te zijn want toen ging de Gardena in ruim 3 uur. Ruim 20 minuten voor op vorig jaar: dat ging de goede kant uit zeker omdat ik dit jaar geen 30 km nodig had om al lummelend te dralen over de vraag of ik de 138 ging rijden. Natuurlijk ging ik ervoor. Geen uitgebreide sanitaire stop op de Campolongo II maar een nerveuze bevoorrading en toen vól de afdaling in. Op het valse plat zette ik mijn volle 85 kg in en vloog ik iedereen voorbij. Die klimmertjes en snelle dalers in de bochten kunnen niet doordenderen. Sjaak wel. Dat vond een grote Italiaan wel fijn, dus kroop in mijn hol. Toen ik hem wat kop liet doen viel ie stil en wel erg letterlijk. Een etenstasje uitpakken met 40 km/h deed hem vallen en Sjaak er overheen. Wonder boven wonder had ik niks en de Gios ook niet. Zou je zo maar een sleutelbeen kunnen breken, had ik mijn engeltje er dit keer bij.

De eerste schrik deelde ik met een aardige Duitse vrouw die me even later gedag zwei omdat ik harder ging en zijn niet mijn wiel wilde houden. Dit keer ook een korte stop op de Santa Lucia waar de bevoorrading tegenviel, maar de gelletjes, bidons en bananen aan de beurt waren. Wat rekken en strekken voor de Giau -ik begon het toch te voelen- en daar was ie weer. Nu had ik 30x28 als pijnstiller, maar die wilde ik nog even bewaren. Niet dus; binnen de kilometer had ik 'm gestoken. Ik reed neutraal; werd ingehaald maar haalde zelf evenveel in. Door de uitgekiende verzetten kon ik de hele Giau goed blijven rijden. Dat nam niet weg dat ik 'm na zes km wel zat was en toen nog een kleine vier te gaan had. Dat was vooral mentaal zwaar, maar dat ik er nu 1.05h over deed was een forse meevaller. Een paar dagen hiervoor reed ik er evenlang over maar ging toen veel meer stuk. Ondertussen hadden de SMSjes van Peter F me bereikt. Hij was er godzijdank vanaf na de Sellaronde. Om 10 uur weer binnen, hij kon zo zijn bed weer in. Peter P was ziek afgehaakt helaas en je kunt maar beter niet met Jeroen op een kamer liggen bij een cyclo. Sjaak in 2004 (gebroken ketting); Jan Struik in 2006 (val) en Peter in 2007 (ziek) deelden met hem een kamer en reden nimmer de cyclo uit. Verder waren er geen berichten uit de koers. Was ook geen tijd voor want we moesten verder. Op de Giau belde ik jubelend naar huis, want het was nog net ochtend.

De afdaling lachte me toe: wat nou nét autovrij? Ik had dit keer alle tijd en vond een fijn daaltreintje dat behoedzaam doch gestaag de langzamere goden voorbijzoefde. Ik wist dat het nog dik twee uur zou duren maar dat ik dan een flink stuk sneller zou zijn dan vorig jaar. En ging mede daardoor beter rijden. Op de Falzarego reed ik op reserve, maar ging ik -nu zonder gangmaker Jeroen, maar met de verse voorkennis van een paar dagen geleden- in de laatste kilometer nog tientallen rijders voorbij die ik eerder had gezien. Ik besloot tot een luxe stop bij de bevoorrading en een onnodige sessie met het aantrekken van het jackje. Het zal een paar minuten hebben gescheeld maar wat zou het. Zonder een vorm van kramp en nog lekker fit daalde ik de Valparola. Het was de rustigste afdaling en ik haalde hier ook mijn record van de afgelopen dagen (76 km/h) op een stuk waar dat heel goed kon. De laatste kilometers naar de finish besloot ik tot het uiterste te gaan. Dus op het grote mes het valse plat gedaan. Niemand kon me volgen, dat gaf een ouderwets gevoel van macht en tevredenheid. Nog helemaal hyper passeerde ik om en nabij de 7.18 de finish en ontwaarde daar Jeroen, Erwin, Peter B en Rob (die de 106 had genomen). Peter F was alweer -fris gedouched- teruggekeerd en onthaalde ons enthousiast. De drie mannen voor me hadden elkaar niet veel ontlopen en dat was knap van Peter B. Jeroen evenaarde zijn tijd van vorig jaar en Erwin weet dat ook hij nog wel sneller kan. Daarna was het even wachten maar na ruim een uur kwamen successievelijk Kees, de zeer sterk rijdende Jaap, Nico en Tom binnen. Iedereen was tevreden over zijn tocht en had zijn bier, patat en andere vette hap wel verdiend.

Zo was het bedoeld voor dit jaar. Heerlijk gereden, overgehouden op het eind, maar wel een maximaal resultaat. Op een goede manier, gedreven doch ontspannen hier naar toegewerkt en als het dan zo loopt is dat prima. Het weer werkte ook optimaal mee: alleen staat er nog wel een helmriempje op mijn gezicht gefreesd.

30 juni 2007

In balans


Een dag voor de/een grote tocht moet je niks doen. Het is een algemeen aanvaard principe bij cyclo-rijders en ingegeven door de gedachte dat je op die manier krachten spaart en het lichaam in balans laat komen. Vorig jaar deed Sjaak dat; de dag werd gevuld met een tochtje naar Cortina d'Ampezzo, voorafgegaan door een adembenemende klim naar 2700 meter met behulp van de kabelbaan vanaf de Falzarego. Niet dit jaar voor Sjaak. De klim naar de Corones stond nog op het verlanglijstje maar vooral zou het mentaalt goed zijn om nog te fietsen. De Giau van de dag ervoor had Sjaak aan het wankelen gebracht of hij wel de 138 km zou moeten willen rijden en Sjaak was geestelijk nog niet rijp voor de Maratona Dles Dolomites. In balans komen heette dat: Peter B's voorliefde voor yoga en meditatie werd uitgestraald over de groep en 'in balans zijn' werd standaard vocabulaire binnen ons elftal. Sjaak was wellicht het meest ontvankelijk hiervoor en besloot tot een balansdag. Peter B, die ook was achtergebleven in het hotel, wilde aanvankelijk niet mee maar de daadkracht en het enthousiasme van Sjaak trok hem over de streep. Het werd een heerlijke tocht. Een schitterende klim. op maar 25 kilometer van de chaos en hektiek van de Maratona werden auto's en motoren schaars. Medefietsers waren er wel maar slechts enkelen. Stukken van de klim waren steiler dan de Giau; we maten tot aan 16 procent. Sjaak en Peter B waren in balans: we genoten hardop van de schoonheid van de klim, reden maximaal 150 hartslag en bleven bij elkaar. Spraken op de Passo Furcia over keuzes in werk en persoonlijk leven zoals het achterwege laten van de resterende zes slotkilometers naar de Corones. We hadden geen zin in een halfverhard geitenpad van een meter breed met kans op blessures voor het materiaal. Dus lieten we het daar bij en voelden we ons valken in de afdaling. Het werd een ontspannen tocht met 1100 hm die toch maar mooi in een gemiddelde van 24 km/h werd afgelegd.

Bij het hotel aangekomen integreerden we met wat collega-fietsers. Veel stellen ook waarbij bij sommigen van onze groep zich toch de fantasie de vrije loop kreeg hoe het zou zijn om een partner te hebben waarmee je dit soort tochten kan fietsen. Sjaak weet het: zijn ex fietste vroeger met de mannen in de groep mee en dat is heel leuk voor je relatie. Dat het spaak liep licht niet zo zeer in het fietsen, maar dat is een ander verhaal. Na een heerlijke douche en aansluitend dutje met de Ipod op, toog Sjaak naar beneden, waar de rest van de groep al druk aan het poetsen was. Dat levert altijd mooie plaatjes op:


foto: Tom

Na een fors diner, waar flink werd ingeslagen, verdwenen rap de gasten naar hun kamers. Voor half 10 lag iedereen erin, wetende dat er een onrustige nachtrust zou volgen, vooruitlopend op de grote dag

29 juni 2007

Au op de Giau


Ruim een maand geleden trok de Girokaravaan over de Giau om te eindigen op de Tre Cime de Lavaredo. Ik raakte geïnspireerd om eens flink er tegenaan te gaan op de hometrainer. Deze vrijdag was de kans om deze zware klim live te doen. We besloten namelijk om na de Sellaronde van gisteren de 'tweede lus' te gaan rijden. Alleen dan niet over die welhaast onvermijdelijke Campalongo maar een alternatieve klim als begin in de vorm van de Valparola. Sjaak's kettingproblemen leken verholpen; bij de overbezette 'Bike Shop' in La Villa werd een nieuwe casette geplaatst. Met een '28' zowaar. Duurde even maar dan heb je wat en daar kom je alles mee op. Zoals de Valparola. Na het stevige begin hadden we even een stukje vlak. Jeroen, Peter B, Erwin en Sjaak reden gezamenlijk op. Tom, Jaap en Rob kozen ook voor het rondje over de Giau maar dan met start en finish op de Falzarego. En fotografeerden zich suf met prachtige plaatjes (zie boven) als resultaat. Op 4 km van de top moest ik de drie laten gaan; het ging net te hard voor me. Maar stukken beter dan vorig jaar toen Willem me hier loste. Vlak voor de top kon ik een forse spurt trekken en achterhaalde Peter die zijn aandacht had verlegd naar een paar Duitse dames. Een voorproefje van wat hem nog te wachten stond toen hij een middag naast Keesie mocht zitten met een gebroken spaak. Na het stukje dalen naar de Falzarego troffen we elkaar bij de koffie. Peter P was solo op herhaling de Sellaronde gaan doen en de anderen (Kees, Nico, Peter F en Peter B) gingen via de Campalongo naar het hotel terug. In de afdaling was het gekkenwerk met passerende motoren en dergelijke. Erwin, Jeroen en Sjaak gingen richting Giau en probeerden de drie mannen uit Naarden te achterhalen. Op de Giau was het echt vervelend. Zulke steile stukken en dan zo lang. Toch reed ik 'm in 1.05 en dat was bijna een kwartier sneller dan vorig jaar. De rest was al boven en redelijk monter maar voor mij was het op. Te diep moeten gaan, het gevoel van de Nufenen. De pasta hielp niet echt. Na de afdaling waarin diverse hulpverleners omhoog kwamen blazen kwam de zooi regelmatig naar boven. Op de Falzarego fungeerde Jeroen als mijn locomotief. Waar blijft de tijd dat het andersom was? Rob reed zoals Adne Sondral zijn lange afstanden schaatste: stukken flink doortrekken en dan weer stoppen. De aanleg voor het klimwerk is er maar nu nog de routine en de juiste fiets. Het veld lag dicht bij elkaar dus bij de top dus het was een goed gedoseerd tochtje. Langzaam maar zeker werden we we rijp voor de Maratona.

later meer:
In balans
Dolomietentoppers

28 juni 2007

Inrijden en voorbereiden


Na een nacht vol regen en onweer klaarde het nog voor het ontbijt helemaal op. Niets zou ons beletten om de Sellaronde te gaan rijden. Een wel heel klassiek inrijrondje, maar wel nuttig. Ten eerste: niet al te zwaar, ten tweede: een prettige en prachtige kennismaking met de bergen voor de groentjes en ten derde: het beginlusje van de Tocht van zondag en dus goed om te verkennen. Na het noodzakelijke gesleutel en gerommel stonden we er om half 11 helemaal klaar voor. Het elftal op weg naar het vertrouwde Corvara waar de klim naar de Campolongo (altijd even weten hoe je het spelt) begint. Sjaak had het slecht naar zijn zin. De Gios naar de fietsenmaker gebracht om deze bergklaar te maken. Dus werd een nieuwe ketting en de '15'en '16' op de 9-vits Campagnolo Chorus-casette vervangen. Het drama van een gebroken ketting tijdens de Alpen Challence, drie jaar geleden, diende voorkomen te worden. Maar dit was niet best. De ketting en tandwielen werden maar geen vrienden. Alleen de 23 had er vrede mee. Er dus kon ik slechts 40x23 of 30x23 rijden. Daarmee kwam ik wel boven maar echt fijn, genuanceerd schakelen was er niet bij. Slecht voor het broze gemoed, dat door de perikelen rond de weggeraakte, maar toch nog - zó toevallig- teruggevonden Garmin (waarover later meer) toch niet optimaal was. Jeroen en Erwin waren op de Campolongo en Pordoi niet bij te benen, Peter B en Sjaak waren aan elkaar gewaagd en niet al te ver daarna kwamen Rob, Kees, Jaap, Tom en Nico. Peter P zat niet echt lekker op de fiets (examenstress, weinig training en een opkomende verkoudheid). Peter F reed beter dan ooit in de bergen maar dat ging gepaard met een recht evenredige weerzin tegen het fietsen tegen een berg. Die was niet meer te redden; dat was duidelijk.

Een lange pauze op de Pordoi werd gevolgd door een gierende afdaling en net toen er weer geklommen werd schakelde Jaap verkeerd en kwam zijn ketting op een nare wijze klem tussen bracket en kleinste voorblad. Diverse mecaniciens kwamen er aan te pas en minstens zoveel 'deskundigen' die zich verbaal lieten gelden. Na een klein half uur was het leed verholpen en was een deel van de groep de Sella al opgereden. Daar maakten we deze prachtige groepsfoto:



In de afdaling van de Sella dit jaar geen ongeluk, zoals vorig jaar met Jan Struik. De wat wazige discussie aan de ontbijttafel over het 'daalbeleid' (geef je voorligger de ruimte, haal niet in bochten in en het is vooral geen wedstrijd) kwam uiteindelijk toch nog tot resultaat. De beste dalers, Jaap en Kees gingen voorop, gevolgd door de rest. De laatste klim stelde volgens Sjaak niet veel voor en op 40x23 trok ik zelfs lekker door. Het aan de groep beloofde valse plat bleef langer uit dan in mijn herinnering stond gegriefd. Vooral Kees kon Sjaak dat maar moeilijk vergeven, niet wetende dat Sjaak zichzelf daardoor ook lichtjes had opgeblazen. Veilig bereikten we weer het hotel na een mooi tochtje van een kleine 60 km met 2100 hm. De kop was eraf.

27 juni 2007

Gruppe Van Ravenzwaaij ist da

We hadden er lang naar uitgezien. De Dolomietenmarathon 2007. De jongens van Oranje-Nassau, en dan het beste wat ze op fietsgebied hadden te bieden (Jaap, Tom, Erwin, Rob) fuseerden met onze fietsgroep (Nico, Peter F, Sjaak) met Jeroen als linking pin. Met Peter B&P en Kees hadden we het elftal compleet. En wel om 4 uur in de woensdagochtend in Zeist. Een onchristelijk tijdstip maar we zouden wel voor alle files uit kunnen rijden. En dat gebeurde. Voor we goed en wel wakker waren had het trio chauffeurs ons naar de eerste pauzeplek vlak voor Kassel gejakkerd. Via een stukje over de 'heerlijke' A7 (die van Flensburg naar Kempten loopt en 1200 km lang is, maar iets van de magie bij Jeroen verloor door de vele 'Baustelle') naar het drukke Nürnberg en München. Net na het middaguur reden we Oostenrijk heen en toverde Tom zijn matrix al tevoorschijn. Niks 'pot' van Nico, gewoon alles virtueel verrekenen en volgend jaar kun je zelfs met je telefoon bij Tom direct cashen. Na de goulashsoep en apfelstrüdel bereikten we de Brenner en toen was het nog een uurtje naar ons bekende hotel Miramonti. Jeroen had de kamerindeling al rondgemaakt waardoor Sjaak op een nauwe kamer, zonder balkon met Nico en Peter F belandde. Het goede gezelschap maakte dit helemaal goed; er werden direct afspraken gemaakt over de kastruimte en het zware gebruik van het toilet.

Minder euforisch was aanvankelijk de entree van onze groep. De 'Gruppe Van Ravenzwaaij' had vorig jaar een beetje slechte indruk achter gelaten. Was ook wel enigszins terecht want er werd door ons -Sjaak was er ook bij en liet het gebeuren- behoorlijk gezeurd over het -eerlijk is eerlijk- weinig flexibele personeel. Dit jaar volgden we de 'lijn Tom' (dingen netjes vragen, beetje meedenken/voorkauwen en regelmatig zeggen dat je het goed vond) en dat wierp meteen zijn vruchten af. Een van de dames, door Kees onmiddellijk 'Rita' gedoopt naar onze eigen Frau Verdonk, bleef wat stug, maar het blozende Alpenmeisje en ons nerveus dreutelende serveerstertje deden meteen hun stinkende best om alles goed te regelen.

Na de lange rit deden we het rustig aan, ook al omdat het begon te plenzen. Geen inrijrondje en geen goed begin. Maar de weersvoorspellingen waren positief dus de moraal bleef goed. Om een uur of half elf was het voor iedereen wel klaar en gingen we slapen.

16 juni 2007

Meer dan 200 km plezier


Sjaak moest diep in zijn geheugen en is er nog niet uit. Maar wanneer reed hij zijn laatste 200km+-er? Een jaar op tien, vijftien geleden toch wel. Nu is 170 km in de bergen, zoals de Marmotte, wel zwaarder dan 250 polderkilometers, maar toch. Een tocht van 200 km of meer is wel erg lang, zowel voor de benen als de geest. En dan maakt het niet uit of er 205 km op de tellers staat (Sjaak), 218 (Tom en Jeroen) of de officiele 215. Toch was de vandaag gereden 13-heuvelentocht beslist geen vervelende ervaring. Integendeel: het was een van de betere toertochten sinds jaren. Niet de massale events als Limburg's Mooiste, Amstel Gold, de dTC-tochtjes, Jan Jansen en al die andere zaken, die wel massaal zijn maar slecht georganiseerd. Want dat kan ook anders: de Dolomieten Marathon is massaal maar tot in de puntjes geregeld. Dat was de tocht onder auspicien van het Stalen Ros uit Ravestein niet echt, zoals een matige verzorging onderweg, maar de mensen deden erg hun best en de slim gekozen route was behoorlijk uitgepijld. En waar vind je een bewaakte fietsenstalling waar je gratis een nummer op je fiets en je helm krijgt. We zagen niet meer dan 15 fietsers bij de start/finish en de 'stalling' lag aan het terras, dus in overbodigheid liet deze service niets te wensen over, maar het was een blijk van enthousiasme en meedenken met de fietser prettig vindt.

Op de Oranje Nassausite staat een verslag van Tom waar Sjaak weinig aan toe te voegen heeft. Hulde Tom, alleen is het fenomenaal als je fenominaal voortaan als fenomenaal gaat schrijven ;-). Inderdaad was de vulpatroonexcertie bij mijn eerste lekke band in jaren! bijzonder geslaagd. Vooral door vooraf te zeggen, toen Jeroen vergeefs probeerder te pompen (Sjaak werd erg gesoigneerd) "ik laat je nu iets zien, dat je volgende week ook zelf zult hebben" gaf Tom blijk van een scherpe blik op Sjaak. We hadden een prima dag, een goede bus gedurende 140 km en een prima afsluiting van de binnenlandse voorbereiding op de Maratona.

Nog 11 nachtjes slapen en we vertrekken naar Italie. Het is gweoon erg leuk om een doel te hebben. Vorige jaar was de voorbereiding mager en belabberd, door allerlei narigheid en ellende. Nu staat Sjaak er met 1700 wegkilometers, 5 kg gewichtsverlies en vele uren op de hometrainer er een stuk beter voor. In alle hektiek van de baanwisseling was de lange tocht van vandaag een heerlijk moment van ontspanning. Met dank aan het thuisfront dat het fiat op een spontane uitbreiding op het programma van harte via de telefoon afgaf.

30 mei 2007

De zwaarste berg van Europa

Gisterenmiddag was er niet alleen een feestje voor Sjaak, maar was er ook nog waar eens een hoogtepunt in de Giro. De Monte Zoncolan werd beklommen. De zwaarste berg van Europa wordt die wel genoemd en met een Salite-index van 220 is er inderdaad wel sprake van een serieuze klim. Categorie Angliru (Galicië, Spanje), Mortirolo, Corones dus. Sjaak heeft niet kunnen zien hoe Simoni mocht winnen, maar gelukkig is een korte impressie van Eurosport. Voor Sjaak is er geen keuze eind juni. De Mortirolo en Zoncolan zijn te ver weg, maar de Corones (in het Duits: Kronplatz) ligt vlakbij het hotel in de Dolomieten, waar we een aantal dagen zullen verblijven voor de Dolomietenmarathon. De toestand op de Corones is ook te volgen via de webcam om te volgen. Vanaf nu een permanent linkje op Sjaak Schakelt.

Er komt een dag dat Doesbrand en Sjaak tijd, geld, materiaal en conditie hebben om al deze bijzondere bergen successievelijk af te vinken.

27 mei 2007

(Gi)au op de hometrainer

Vandaag was de koninginnerit in de Giro. Naar Tre Cime de Lavaredo, een soort Mont Ventoux, maar dan in de Dolomieten. Onderweg deed het peloton ook nog de Passo Giau aan. Van 'onze' kant, dus vanuit het zuidwesten. De kant die we in de Dolomietenmarathon moeten nemen. De Giau is hét struikelblok. Tot die pas gaat het wel en zijn de klimmetjes goed te doen. De Giau is een tien kilometer lange muur naar een onbereikbare pas. Gemiddeld 9,8 %. Gemiddeld dus! Daarna is het alleen nog maar overleven. Sjaak had de uitzending opgenomen en zag in de herhaling hoe de toppers relatief makkelijk peddelend omhoog gingen. Pas in de slotklim begon het een beetje te lijken op hoe Sjaak naar boven fietst en dan gaan zij nog dik twee maal zo hard. Maar goed: naar fietsen kijken doet fietsen en dus maar een fikse sessie ingelast op de hometrainer. Dank zij Jeroen heb ik weer een hartslagband en dus kan ik weer meten. De Ciclomaster past ook op de Dunlop hometrainer en dus ging ik maar eens voor de 'target heartrate'. Van 90%, we zijn niet kinderachtig. Bij een max hartslag van Sjaak van 182 is het omslagpunt dan rond de 163 bpm. De hometrainer maakt het zo zwaar voor je als nodig is. Dus dat werd het eerste kwartier maximale weerstand en toen bleef ik netjes in de zone tussen 155 en 165 bpm. Telkens als ik ik vervelend begon dacht ik aan de Giau. En de belachelijke tijd die ik vorig jaar nodig had. Sjaak wil beter getraind zijn en soepeler fietsen. Gewoon voor zichzelf. Anderen kopen een motor als ze bijna 41 jaar zijn; Sjaak gaat weer fiks fietsen. Dan maar een beetje au om straks de Giau in een tijd rond een uur op de kunnen rijden. Au deed het niet echt en de liter zweet is inmiddels ook weg.

26 mei 2007

Toujours la Lesse


Thanville ligt aan de rand van de Famenne. Dat is een smalle strook van een kilometer of vijtien, twintig breed die van het noordoosten (Marche) naar het zuidwesten (Beauraing) loopt. Het is een geologisch andere streek; veel vlakker dan de noordelijk ervan gelegen Condroz en de zuidelijker gelegen Ardennen. Door de Famenne stroomt de Lesse: een van de bekenste Belgische riviertjes vanwege de Grotten van Han die door de Lesse zijn gevormd. En vanwege het kanotoerisme: op de Lesse kun je op nog geen drie uur rijden echt lol maken. Horden Nederlanders reizen naar Houyet af om daar het laatste deel, benedenstrooms en tevens het makkelijkste- te varen. Sjaak deed vandaag een Tour de Lesse. Eerst Beauraing ingedenderd en vervolgens een stukje de grote weg naar Dinant. Afgeslagen richting Houyet, met een heerlijke afdaling van vier kilometer. Sommige wegen liggen er nu zo prachtig bij en dit was er weer één. Na Houyet, waar geen kanoër te bekennen was gelukkig, weer uit het Lessedal geklommen en vervolgens over het enorm hoge viaduct in de buurt van Custinne (met een fenomenaal uitzicht over dezelfde Famenne) richting Chevetogne. Daar niet het klooster bezocht maar zuidwaarts, deels over dezelfde weg van gisteren. In Halma niet rechtsaf naar huis maar nog een lusje via Daverdisse. Dit stuk van de Ardennen is prachtig mooi: dorpjes als Porcheresse, Our, Redu (bekend van de vele boekenwinkels) en Lesse liggen schilderachtig in nauwe dalen. De wegen zijn hier steil en lopen door geurige naaldbossen. Als je ergens kunt onthaasten is het hier wel. Voor Daverdisse bereikte ik weer het Lessedal en aangezien ik het restaurant Moulin de Daverdisse te sjiek/ontoegankelijk vond besloot ik de laatste krappe dertig kilometer er maar in één keer aan vast te plakken. Dat ging wel ten koste van mijn gemiddelde dat op dat moment tegen de 28 km/h lag. De klim uit het Lessedal mocht er zijn en ik moest naar 30 x 19 terugschakelen om een beetje cadans te hebben. De harstlagmeter had ik voor het eerst sinds ruim een jaar weer om en die wees 168 als maximum uit. Via een -schier eindeloze- omweg langs Haut-Fays bereikte ik de N40: de grote weg van Bouillon naar Beauraing waar de afslag naar Thanville aan ligt. Het slotklimmetje rustig gereden: het was wel goed zo. In drie dagen, binnen een tijdsbestek van 48 uur 280 km gereden en naar schatting 4500 hoogtemeters overwonnen. Een prima driedaagse training, die het volgende kaartje heeft opgeleverd: