Het was al weer even geleden dat ik een 'loopje' deed. Sowieso was de laatste twee jaar het hardlopen wat op de achtergrond geraakt en had ik wedstrijdjes/prestatieloopjes waar ik me zelfs al voor had ingeschreven aan mij voorbij laten gaan. Daar zijn goede redenen voor; gelukkig staat het er nu beter voor. Dus nadat ik in oktober weer de loopschoenen wat vaker aantrok werd het tijd om een doelt te bepalen. De 10 EM (Engelse Mijl) was me goed bevallen; net lang genoeg voor een duurlooptempo en niet te lang om helemaal stuk te gaan zoals op een halve marathon.
Ondertussen wasik erachter gekomen dat Bart, die van school en voetbalclub ken, ook hardliep en zo'n beetje hetzelfde tempo heeft. Hij had ook wel zin in ene wedstrijdje. Had ie nog nooit gedaan, maar leek hem wel wat. Ik voorspelde hem dat hij hij dan harder zou gaan dan hij voor mogelijk hield. Het werd Barendrecht, bij CAVEnergie, zondag 18 december. Niet geheel onlogisch de Kerstloop. Het is het soort wedstrijdjes waar in van houd. Niet druk, een gemoedelijke sfeer, goed georganiseerd en die acht euro inschrijfgeld volledig waard omdat je weet dat het volledig in de clubkas belandt van zo'n vereniging. De heenreis was gezellig, al keuvelend/bijpratend waren we ruim op tijd en konden we ons gemak sfeer proeven, inlopen en wat rekken strekken. De loop zelf ging prima. We startten redelijk achteraan op de atletiekbaan en tijdens het eerste volle rondje daar was het laveren om vooruit te komen. Nu weet ik weer waarom ik graag wat verder naar voren start. De eerste km gin in 4.58 en de volgende in 4.40. Gelijk al een fikse hartslag, maar de benen waren goed. Het idee was om alle kilometers net onder de 5.00/km te lopen en tegen het eind te versnellen. Dan kwam je op een tijd van onder de 1.20. Nog een stuk van mijn PR van 1.13.01, maar ik was nu eenmaal minder getraind. Dat lukte heel goed: alles ging tot 8 km in 4/45-4.50/km (5 km tijd 24.20), maar daarna kreeg je een viaduct en kroop het naar de 5.00/km. Bart liep voortdurend op een kleine 100 meter achter me, eigen tempo en het zag er goed uit.
Na km 10 (in ca 48.50)kreeg je een stuk wind tegen en dat was werken. Daarna kwam ik in een mooie cadans. Hartslag 175 maar nog steeds niet tot het gaatje. Op een dijkje kon ik een stuk van 2 km nog iets versnellen en de laatste 2 km was het spoorviaduct nog een lastig bultje. Wat hielp was dat ik degene voor me, waar de afstand telkens 150 m was, ineens bijhaalde en via een eindsprint achter me kon laten. Ik kwam binnen op 1.17.50 met een nettotijd van 1.17.30 oid. Prima gedaan dus. Even later kwam Bart aanrennen: Een prima debuut; 1.19.30. Daar kan nog wel wat vanaf; hij kwam nogal fris over de meet. Tevreden keerden we naar huis en won Feyenoord ook nog eens van FC Twente met 3-2. Voor de liefhebbers, de statistieken:
24 december 2011
25 september 2011
De verschillende kanten van de Ventoux
Drie sterren geeft de Michelkaart aan de Mont Ventoux. De Reis Waard. Voor geen één berg is dat zo waar als voor deze. Ook wij gingen dit jaar weer overstag. Bijna 1200 km heen en ook weer terug om naar die 1900 meter hoogte te klimmen. En we waren echt niet de enigen; op een gemiddelde zaterdagmiddag in september was het aardig druk. De magie van de Ventoux is al zo vaak beschreven, daar waag ik me niet meer aan. Voor mijn broer en mij had de Ventoux dit jaar ook een extra betekenis. Een symbool voor grote uitdagingen die je aan wilt gaan en die veel van je vergen en waar je gaandeweg de rit maar ziet hoe het gaat.
We besloten na ons wederom riante ontbijt (niet echt, maar het uitzicht en het fijne terras van het hotel vergoedt veel) met de auto naar Malaucène te gaan. Dat zou ons na de beklimmingen een slotrit van 20 km besparen. Diezelfde 20 km infietsen moesten we nu wel missen. Tamelijk vers dus de 'andere' kant aangegaan. Het was even pruttelen; koffie, sanitaire stop, bidons, GPS-signaal opvangen, maar klokslag 10.00 uur was het zover. We reden weg. De eerste twee kilometer nog samen, maar als snel haakte mijn broer af. In een heerlijk tempo, hartslag rond de 150 de eerste tien kilometer gereden. Die zijn eigenlijk gewoon een 'normale' col. Regelmatig schoof ik tergend langzaam langs andere fietsers, op deze snelheden vlieg je niet echt langs je medefietsers. Het gaf gelegenheid tot een een kort gesprekje, een vriendelijke groet en ook een gevoel van kameraadschap: wij rijden allemaal hier op deze berg. Na de eerste tien kilometer is het wel gedaan met de pret. Gelukkig staat het langs de kant: de stijgingspercentages voor de komende kilometer. Elf, twaalf, tien, elf. Dit zijn de zwaarste kilometers hier en zijn ook de kilometers van het fameuze daalstuk waar je moeiteloos de 80 km/h haalt.
Ik kwam het goed door; op mijn lichtste verzet en nog soepel draaiend. Bij Mont Serein, het Chalet Reynard van deze kant, even een kort stuk om op adem te komen en dan de laatste ruk naar de top. Het was wel kil geworden; even druppelde het zelfs en het was niet warmer dan vijftien graden. In de laatste kilometer kon ik nog opschakelen en versnellen. De 1.55 was een tijd waar ik uitstekend mee kon leven, beter dan met de gekte en kermis op de top. Ik besloot een klein stukje terug te dalen en daar op mijn broer te wachten. Die kwam na een kwartier en had eveneens heerlijk gereden, niet te gek, maar toch ruim twee uur op groot vermogen.
Het was fris, ondanks de zon die regelmatig doorkwam, en we besloten snel te gaan dalen. Ook hier weer hoge snelheden, vooral het Bos is echt gevaarlijk, met soms slecht liggende bochten en dwaze motoren en automobilisten die de 'ideale lijn' kiezen. Gelukkig was het rond de velden van Bédoin provençaals warm geworden. De tussenstop in Bédoin werd dus een aangename aangelegenheid, met salade en pasta op een goed terras. En ruim de tijd genomen om bij te komen en krachten op te doen voor de laatste krachtproef van vandaag en voor mij ook het wielerseizoen.
Over de terugweg: dit was echt een weg terug. Zelf merkte ik dat de fietsvaardigheden er wel waren om door te knallen, maar het hoofd er echt anders over dacht. Als een echte toerist tot St Estève en in het bos al snel van de fiets om even bij te komen. Al die keren dat ik hier reed en wilde afstappen, en het niet deed. Vandaag dus wel. Een kilometer of vier verderop nog een keer en bij Chalet Reynard besloot ik op mijn broer te wachten en hem te fourageren met verse blikjes cola. Intussen fietste in in een soort jojo achtervolging op een stel landgenoten die er net zo relaxed in stonden. Langzaam maar zeker trok de hemel boven de Ventoux dicht: dat zou nog een kille zaak gaan worden. De laatste zes kilometer waren voor mijn broer de gelegenheid om eens helemaal volle bak te gaan en het uiterste te vragen van zichzelf. Ik bleef in de modus van het bos en door de riante pauze had ik voldoende krachten om ontspannen naar de top te gaan. Verschillende kanten van dezelfde top dus. Het was bijzonder onaangenaam op de top dus ik ritste mijn shirt dicht, liet het fotowerk en terugblikwerk voor wat het was en daalde voor mijn broer uit naar ons vertrekpunt. Heerlijke afdaling toch, zeker met zo weinig verkeer en een goed gevoel over deze dag.
Eenmaal veilig in Malaucène was er ruimte voor emoties en bespiegelingen. De Ventoux als metafoor voor onze intensieve levens. En de intense tevredenheid dit samen gedaan te hebben, terwijl er wel driehonderd redenen waren om niet te gaan. De gegevens van de dag.
We besloten na ons wederom riante ontbijt (niet echt, maar het uitzicht en het fijne terras van het hotel vergoedt veel) met de auto naar Malaucène te gaan. Dat zou ons na de beklimmingen een slotrit van 20 km besparen. Diezelfde 20 km infietsen moesten we nu wel missen. Tamelijk vers dus de 'andere' kant aangegaan. Het was even pruttelen; koffie, sanitaire stop, bidons, GPS-signaal opvangen, maar klokslag 10.00 uur was het zover. We reden weg. De eerste twee kilometer nog samen, maar als snel haakte mijn broer af. In een heerlijk tempo, hartslag rond de 150 de eerste tien kilometer gereden. Die zijn eigenlijk gewoon een 'normale' col. Regelmatig schoof ik tergend langzaam langs andere fietsers, op deze snelheden vlieg je niet echt langs je medefietsers. Het gaf gelegenheid tot een een kort gesprekje, een vriendelijke groet en ook een gevoel van kameraadschap: wij rijden allemaal hier op deze berg. Na de eerste tien kilometer is het wel gedaan met de pret. Gelukkig staat het langs de kant: de stijgingspercentages voor de komende kilometer. Elf, twaalf, tien, elf. Dit zijn de zwaarste kilometers hier en zijn ook de kilometers van het fameuze daalstuk waar je moeiteloos de 80 km/h haalt.
Ik kwam het goed door; op mijn lichtste verzet en nog soepel draaiend. Bij Mont Serein, het Chalet Reynard van deze kant, even een kort stuk om op adem te komen en dan de laatste ruk naar de top. Het was wel kil geworden; even druppelde het zelfs en het was niet warmer dan vijftien graden. In de laatste kilometer kon ik nog opschakelen en versnellen. De 1.55 was een tijd waar ik uitstekend mee kon leven, beter dan met de gekte en kermis op de top. Ik besloot een klein stukje terug te dalen en daar op mijn broer te wachten. Die kwam na een kwartier en had eveneens heerlijk gereden, niet te gek, maar toch ruim twee uur op groot vermogen.
Het was fris, ondanks de zon die regelmatig doorkwam, en we besloten snel te gaan dalen. Ook hier weer hoge snelheden, vooral het Bos is echt gevaarlijk, met soms slecht liggende bochten en dwaze motoren en automobilisten die de 'ideale lijn' kiezen. Gelukkig was het rond de velden van Bédoin provençaals warm geworden. De tussenstop in Bédoin werd dus een aangename aangelegenheid, met salade en pasta op een goed terras. En ruim de tijd genomen om bij te komen en krachten op te doen voor de laatste krachtproef van vandaag en voor mij ook het wielerseizoen.
Over de terugweg: dit was echt een weg terug. Zelf merkte ik dat de fietsvaardigheden er wel waren om door te knallen, maar het hoofd er echt anders over dacht. Als een echte toerist tot St Estève en in het bos al snel van de fiets om even bij te komen. Al die keren dat ik hier reed en wilde afstappen, en het niet deed. Vandaag dus wel. Een kilometer of vier verderop nog een keer en bij Chalet Reynard besloot ik op mijn broer te wachten en hem te fourageren met verse blikjes cola. Intussen fietste in in een soort jojo achtervolging op een stel landgenoten die er net zo relaxed in stonden. Langzaam maar zeker trok de hemel boven de Ventoux dicht: dat zou nog een kille zaak gaan worden. De laatste zes kilometer waren voor mijn broer de gelegenheid om eens helemaal volle bak te gaan en het uiterste te vragen van zichzelf. Ik bleef in de modus van het bos en door de riante pauze had ik voldoende krachten om ontspannen naar de top te gaan. Verschillende kanten van dezelfde top dus. Het was bijzonder onaangenaam op de top dus ik ritste mijn shirt dicht, liet het fotowerk en terugblikwerk voor wat het was en daalde voor mijn broer uit naar ons vertrekpunt. Heerlijke afdaling toch, zeker met zo weinig verkeer en een goed gevoel over deze dag.
Eenmaal veilig in Malaucène was er ruimte voor emoties en bespiegelingen. De Ventoux als metafoor voor onze intensieve levens. En de intense tevredenheid dit samen gedaan te hebben, terwijl er wel driehonderd redenen waren om niet te gaan. De gegevens van de dag.
23 februari 2011
Mont Ventouxervaring in Salland

Na weer een flinke periode van rust voor de Gios -en mijzelf- is het wielerseizoen weer begonnen. Dat was nodig. Eerst werd ik in september geveld door een nekhernia en de daaruit volgende gedwongen sportpauze deed de kilo's eraan vliegen. Tweemaal per week spinnen en regelmatig fitness hielpen maar matig, zeker gezien de feestdagen en de stressvolle omstandigheden thuis. Daarom was het fijn dat ik in januari weer kon gaan hardlopen. Goed om het hoofd leeg te maken en ook goed voor de conditie. En sinds een paar weken dus weer de fiets. En dat is toch de ultieme vorm van sport.
Het eerste rondje was op een mooie zondagmiddag. Eergisteren wilde ik naar ons vakantieadres fietsen (120 km), maar een staffe oostenwind tegen bij nul graden deed me dat plan doen wijzigen. De laatste 30 km dan wel gefietst, met een ommetje 'Holterberg'. Het ging heerlijk, even wennen aan de kou, maar eenmaal daar doorheen genoot ik met volle teugen. Na het eerste stulpje, waar in de Heuvelrug ik niet eens hoef te schakelen, peddelde ik rustig door. En ineens ging de weg weer omhoog. Onverwacht en steil. De Carman gaf tien procent aan. Tien procent! Net zo steil als de Ventoux!. In Nederland boven de rivieren. Daar maken ze gelijk dan weer rare waarschuwingsborden voor (zie foto). Ik liep volledig vast op mijn verzet en moest zwaar terug. Volmaakt tevreden kwam ik boven. Het fiets- en klimgevoel was weer helemaal aanwezig op de Grote Koningsbelt
Rustig fietste ik naar het huisje en de dag erop maakte ik nog een fraai rondje in de buurt. Niet meer dan 40 km, daarvoor was het te koud (nog steeds rond de nu graden). Een goed begin
Abonneren op:
Reacties
(
Atom
)