25 januari 2009

Pronkparade op seizoensopening


Het was toch wel een beetje het verhaal van vandaag. Natuurlijk: het seizoen ging van start, zeer vroeg dit jaar, maar de doop van de beide Pinarello's (zie foto) trok natuurlijk veel aandacht. Karim had dan eindelijk zijn fiets, klasse hors categorie en Erwin kon aardig mee, met het kleinere broertje daarvan. De opgewaardeerde Colnago van Jeroen verbleekte er een beetje bij, maar duidelijk mag zijn dat de kredietcrisis niet van invloed is geweest op het streven naar optimaal materiaal. Nico en Sjaak hadden gewoon hun nauwelijks gepoetste stalen rossen van stal gehaald, maar het was voor het fietsen allemaal geen bezwaar.

Een week of zes geleden: mailtje van Jeroen. Seizoensopening, zondag 25 januari, zelfde recept als vorig jaar. Dit keer met Karim en Nico erbij. Begonnen, zes jaar terug als een -euforisch- ritje na de aanschaf van de Colnago en Gios bij Math door Jeroen en Stefan (zoals Sjaak toen nog genoemd werd). Een rondje van een kilometer of 60 tot 80 km in Zuid Limburg in de winter. De eerste kilometers op de fiets in ons geliefde heuvellandschap. Het concept is verfijnd, niks meer in je blote klokkenspel op een parkeerplaats, maar een camping met restaurant en douchegelegenheid- en nu konden we ook meer mensen uitnodigen. Erwin was vorig jaar aan de beurt, nu waren we dus met vijf.

We verzamelden op de carpoolplaats bij Houten. Ik dacht het leeg zou zijn, maar er stonden zeker tien auto's. Die van Nico ook al. Om het licht gênante van deze afspraakplek te doorbreken begroette ik Nico met een 'jouw auto of de mijne?'. Even bijgepraat en toen waren de Gooise mannen er. De Pinarello's hadden zich al verbonden en afgezonderd en wij stapten bij Jeroen in. Die een uur later al langs Sittard stuurde. Een fijn gemiddelde over een rustige A2. Vlot naar de Rozenhof gekoerst en daar alle tijdwinst van de hoge snelheden weggedronken in minimaal 3 rondes koffie. Kloffies aan, fietsen in elkaar en we konden gaan. Sjaak had de route uitgezet, Jeroen had onze komst voorbereid en we waren er beslist welkom. Karim deed rustig aan, de angst voor valpartijen was groot en de weg was niet helemaal te vertrouwen met temperaturen net boven het vriespunt. Verder ging het best lekker. Ik merkte dat de looptraining van de afgelopen maanden niks had afgedaan aan het fietsen. Sterker nog; ik was niet te houden op de beklimmingen, kon doortrekken op korte hellinkjes en voelde me 'vast' in de afdalingen. Vaak een betrouwbare indicator voor 'vorm'. Het Drielandenpunt reed ik volledig in D1 terwijl ik toch 17 km/h haalde. Zo goed ben ik in jaren niet geweest. Ook het feit dat ik weet wat D1 is is volledig nieuw. Lopen en fietsen gaan goed samen, ook al omdat ik wekelijks spin en hersteltrainingen van het lopen op de hometrainer uitvoer.



Erwin was nog niet echt in de stemming om vol gas te geven. Op de Kruisberg liet hij voor het eerst zijn tanden zien en denderde hij vanuit de achterhoede ouderwets over mij heen. Ik kon dit keer met enig aanzetten aanpikken en toen ik aansloot stond Erwin ineens geparkeerd. Ik reed rustig door en hij kwam toch weer bij. Later dike dag reden we nog een hellinkje samen en dat was toch wel nieuw voor mij. Verder viel de goede vorm van Nico op; hij bleef dicht bij Jeroen (of andersom), die ondanks de rugproblemen toch netjes vooruit en omhoog ging. Karim had het zwaar, maar reed zijn eigen tempo, goed gegidst door zijn Pinarello-'pal' Erwin. We reden dit keer de Huls, een stevige helling vanuit Simpelveld. Daarna het bekende Eyserbos en via de Dode Man bereikten we de pauze in Gulpen. Het was al laat geworden; Karim zou de deadline thuis niet halen. We lieten de lunch er niet voor staan; het was immers de seizoensopening en de boog kan niet altijd gespannen staan. Via de Koning van Spanje en Het Roode Bos (Sippenaeken; jippie de weg is eindelijk opnieuw geasfalteerd - al jaren een crime) kwamen we weer terug op de Rozenhof. Met een heerlijk douche spoelden we ons schoon, na een heerlijke tocht. Qua statistieken niet echt indrukkendwekkend, maar cijfers zeggen niet alles.





De Pinarello's vlogen er daarna vandoor; wij praatten nog wat na met een kopjes soep, genoten van de laatste momenten vakantiegevoel en lieten ons door Jeroen veilig afzetten in Houten. Daarna zelf naar huis na een uiterst geslaagd dagje, dat al zo goed was begonnen.

07 januari 2009

Fijn begin van het nieuwe loopjaar

Het was een mooi begin van het nieuwe jaar. Na de halve van Diever was de fut een beetje weg. Het besluit om niet voor een hele marathon te gaan een verstandig verhaal, alleen geeft het niet veel motivatie om door te trainen. Dus december was een maand van relatieve rust en dat vonden mijn rechterhamstring en -lies eigenlijk ook wel een goed idee. De loopfrequentie ging naar twee maal per week omlaag, maar dat waren dat wel weer 'kwaliteitstrainingen' zoals dat in jargon heet. Of een lange duurtraining, óf een intervaltraining. En met name bij dat laatste merkte ik dat mijn snelheid toeneemt. Ik loop steeds gemakkelijker onder de 5 min/km en dat voor een ouwe bok van 42 jaar. Overigens zat ik wel ook weer twee keer per week op de hometrainer en daarmee was het onderhoud van de conditie wel voldoende.

Vandaag een mooi peilmoment dus. De organisatie had geadviseerd om zoveel mogelijk met de fiets te komen als je uit de buurt kwam. Ik beschouw Woudenberg als 'in mijn buurt' dus de 22 km erheen op de hybride afgelegd. Goed voor de opwarming van de spieren en natuurlijk ook het milieu. De CO2-uitstoot van mijn adem is nog altijd minder dan van een LPG-auto, niet? Maar opwarming van de spieren was relatief. Het was zo koud dat mijn voeten al gevoelloos waren toe ik aankwam. Gelukkig kon ik in een half uurtje dat wel weer bijwarmen. Maar na de start voelde het meteen al weer koud aan. Ik mikte op een tijd van 1.15. Dat zou nu toch wel moeten kunnen op een snel parcours (vlak, rechte wegen, geen verkeer) waarbij het ook nog nagenoeg windstil was. Met km-tijden van rond de 4.45 zou ik dat moeten kunnen halen, zeker als ik in de laatste kilometers nog wat kon versnellen. De start ging sneller dan gepland. De eerste 3 km gingen in 4.30. Echt lekker liep ik niet, ik was nog niet voldoende opgewarmd. Daarom besloot ik iets rustiger aan te gaan doen en naar de 4.40/km te gaan. Dat heb ik in een paar maanden wel geleerd: op schema lopen en gevoel krijgen voor snelheid. De zes kilometers die daarop volgden gingen allemaal rond de 4.40. Ik liep van km tot km en de regelmaat is redelijk terug te vinden in de onderstaande tabel. Elke keer rekende ik wat mijn tijd zou moeten zijn bij het volgende punt en dat klopte elke keer tot op de seconde. Achter en naast me (zie de foto) liep een loper die op 1.20 mikte. Tijd om te versnellen dus. Op weg naar de 10 km sloot er een groepje achter mij aan en ik kon goed mee. De tijden gingen terug naar 4.30. Er werd wel enorm gekloot in dat groepje; het waren bekenden die elkaar aan het opnaaien waren en er werd verstoord gekeken naar mijn nadrukkelijke doch gecontroleerde ademhaling. Op een gegeven moment, zo rond de vier km voor de streep, stokte voor me het tempo en werd ik gehinderd. Dat was voor mij het teken om te versnellen; een kilometer eerder dan ik voor ogen had gehad. Ik voelde me enorm sterk en liet het groepje van een man of tien direct achter me. Na twee kilometer nam ik iets gas terug om in de laatste (1,1) kilometer weer richting maximum te versnellen. Niemand van het groepje kwam er daardoor meer bij; ze hadden wel degelijk op me gejaagd en deze uitkomst beviel me wel. De speaker had waarschijnlijk ook door dat ik goed bezig was want mijn naam werd omgeroepen toen ik door de finish kwam. 1.13.01 als netto-tijd. Dat was sneller dan ik had durven dromen. En na een halve minuut uithijgen was ik eigenlijk al weer fris. Na een snelle omkleedpartij kon ik mijn bakje erwtensoep ophalen en daarna de 22 km naar huis op de fiets weer beginnen. Die reed ik met de blik op oneindig en tegelijk overdacht ik de doelen die ik mijzelf nog wil stellen. De route kan ik dromen, want het is een deel van één van de fietsrondjes. Tevreden over het lopen ben ik zeker, maar ik kijk ook wel weer uit naar het fietsseizoen. Een mooie balans gevonden dus.

Voor de liefhebbers:

De statistieken




Het parcours:

14 december 2008

Tandje terug


Vandaag weer een langere training gedaan en daarmee weer de voorbereiding op de volgende uitdaging hervat. Aan de statistieken ligt het niet. In 1 uur 20 liep ik exact 16 km aan een gemiddelde hartslag van 152 bpm. Niks mis mee. Maar het ging zwaar. Niet conditioneel maar mijn lichaam vertoont pijntjes en blessures. Op het lange fietspad naar Maartensdijk nam ik het besluit: het gaat in april volgend jaar geen hele marathon worden. Het gevoel overheerst dat dat een goed besluit is. De onderliggende motivatie:

1 Na 4 maanden intensiever lopen tel ik mijn zegeningen. Ik loop vlotter, makkelijker en de conditie is zienderogen verbeterd. Toch verg ik veel van mijn lichaam. De vraag is of ik meer moet gaan vragen. Wellicht is een meerjarenplanning beter

2 De hoeveelheid tijd die ik moet gaan trainen om -als het lichaam het al aankan- fit genoeg te zijn voor een fatsoenlijke marathon is fors meer dan nu. En het kost me al moeite genoeg om naast werk, sportclub, gezin en andere zaken genoeg tijd hiervoor vrij te maken.

3 Er hangt nog ergens een GIOS op me te wachten. Het fietsdoel voor 2009 moet nog bepaald worden, maar ik wil ook wel weer op de racefiets stappen. Na een marathon zou ik een paar weken moeten aftrainen, dan is fietsen pas ergen in mei weer aan de orde. Beetje laat.

4 Na die 1.42.22 van vorige week heb ik eigenlijk wel zin gekregen om die tijd op een snel parcours aan te scherpen. Zeker toen ik vrij gemakkelijk op het rondje KNMI net onder de 33 min dook. De snelheid is er wel, of is aan het komen. Als je het me eerlijk vraagt ben ik daar eerder voor te motiveren dan voor het nu kunnen afleggen van de dubbele afstand. Dus een tijd onder de 1.40, ergens richting de 1.36/1.37 zou wel eens een heel mooi doel kunnen worden.


Kortom: een wijs besluit.

10 december 2008

Progressie



Nu de eerste fase van het marathonplan voltooid is na de halve marathon op de Dievener Boscross, is het een weekje freewheelen voor Sjaak. Het volgende doel is een 10 mijlsloop in Woudenberg op 3 jannuari op basis van een zelfbedacht schema. Daarna begint het echte schema voor de marathon. Na twee dagen op de hometrainer had ik eigenlijk een zware intervaltraining bedacht, maar het werd uiteindelijk een testloop. Op mijn bekende rondje (Berekuil - KNMI - Uithof- Provinciehuis - Berekuil). Net geen 8 km. Ooit, ruim 20 jaar geleden liep ik daar net onder de 30 minuten over. Een tijd die nooit meer weer zou komen dacht ik. Een aantal jaren geleden kwam ik vrijwel ongetraind tot 39, 38 minuten als ik mijn best deed. Toen ik de CPC liep begin dit jaar haalde ik zowaar 35.30. Dat leidde toen enkele weken tot een tijd van 43.56 op de 10 km hetgeen nog steeds mijn PR is.

Eenmaal een paar weken op weg na deze zomer liep ik het rondje weer. Maakte iets meer meters dan in maart en kwam uit op 35.09 (zie onderste schema). Een gemiddelde hartslag van 161 hoorde daar overigens bij. Vandaag voelde het goed en na het ruime rekken en strekken ging ik voor een stevige testloop. Niet helemaal voluit, maar wel een bijzonder vlot tempo en tegelijk zo ontspannen mogelijk blijven lopen. De omstandigheden waren wel goed voor Sjaak: rond het vriespunt, weinig wind. Het resulteerde in 32.51, zie het bovenste schema, waarbij één ker minder een tussentijd is genoteerd, maar je kunt de 4e en 5e ronde bij elkaar optellen. Een verbetering van meer dan 2 minuten. En dat in 3 maanden tijd. Gemiddelde hartslag 158. Mijn conditie wordt dus stukken beter. Een hogere gemiddelde snelheid tegen een iets lagere gemiddelde hartslag. Een km-tijd van 4.10 gaat de goede kant op. Zeker als je ziet dat ik het laatste kwart zelfs onder de 4 min/km kwam zijn er nog wel mogelijkheden. Weer 2 minuten eraf zal niet gaan, maar met nog een paar maanden extra training moet een tijd van onder de 32 min wel mogelijk zijn.

En dat maakt lopen zo leuk; als oude vent van 42 maak je nog steeds progressie.

06 december 2008

Nieuw PR halve op loodzwaar parcours

Dat mijn PR van 1.55 eraan zou gaan was nagenoeg zeker. Een opkomende griep, blessures aan hamstring en lies ten spijt, moest het vandaag beslist harder kunnen dan dat. Een zorgvuldig opgebouwde race (telkens rond de 5 min/km) met een versnelling in de laatste km (4.30) bracht de tijd naar 1.42.22. Dit alles bij de Boscross in Diever. Het was goed voor de 14e plek op 64 deelnemers op deze afstand.

Het was een zware race op een pittig parcours; veel heuveltjes, in het bos, glibberen door/langs plassen, afzien dus in twee rondes. Maar eigenlijk heb ik heel ontspannen gelopen en kwam ik niet echt kapot over de finish. Begonnen in laag D1 zelfs; was dit wel een wedstrijd? Maar wijs geworden van eerdere ervaringen kon ik maar beter rustig starten. En dit tempo heb ik al die tijd volgehouden, met af en toe een tempoversnelling om vervelende 'plakkers' achter me te laten. Dat ging moeiteloos. Veel harder had niet gekund, dat dan ook weer niet. De mooiste opmerking kwam van mijn maatje uit de tweede ronde: 'je liep goed, joh, op de weg is het zeker 4 tot 5 minuten sneller, want ik loop normaal 1.37/1.38'. Affijn: fijn op weg dus. Nu even een paar weken herstellen, kalm aan en dan weer vol in training voor de volgende halve.

23 november 2008

Week van de waarheid


Mochten mijn volgers twijfel over alle plannen hebben geproefd dan klopt dat. Na zondag was dat ook wel terecht. Opbeurende woorden van Marc en even twee dagen rust deden wonderen. Deze week is de zwaarste trainingsweek tot dusver. Over twee weken is de halve marathon in Diever en daar moet in de komende week weer rust voor worden genomen. Maandag besloot ik om een klein uurtje uit te fietsen. Op de lichtste weerstand van de hometrainer, tempo 100 met een paar versnellingen. Lage hartslag. Woensdag een tempoloop. 60 min D1 en 15 min D2. Ik liep beide zonder al te veel moeite. Gemiddelde 13 km/h op het laatst. Had ik het een minuut of 25 volgehouden (en waarom niet), dan had ik een halve voltooid. In circa 1.40. Dat gaf weer hoop. Zeker toen ik de volgende dag hersteld genoeg was voor een zware intervaltraining. Ik liep zelfs een kilometer onder de 4 minuten tijdens één van de intervallen. De snelheid komt er langzaam maar zeker in. En ik had mijn rust/looppauzes nog wel onbewust korter gemaakt dan het schema voorschreef. Datzelfde schema gaf aan dat ik bij vermoeidheid rustiger mocht lopen. Dat was dus niet nodig. En ook belangrijk: ik ben op twee koude avonden gaan lopen, terwijl de neiging om op de bank te gaan hangen ook groot was. Door dit soort trainingen maak ik de vorderingen die nodig zijn. Nog steeds bekijk ik het van week tot week maar ik ben veel optimistischer dan een week terug.

Vandaag een try-out voor de halve marathon van over twee weken:


De eerste 75 minuten dus rustig aan. In het begin kostte het zelfs moeite om in D1 te komen. Wel wist ik dat het later zwaar zou gaan worden. Na Maartensdijk begin ik het een beetje te voelen. Toen het sein naar D2 werd gegeven kon ik voor mijn gevoel goed versnellen. Ik kwam een beetje in de knel met het gekozen parcours en moest op het laatst allerlei lusjes lopen. Uiteindelijk heb ik bijna een halve gelopen in ruim 1.45. Zonder stuk te gaan, op het gemak zelf een groot deel. Maar zwaar was het toch weer op het eind, al was het onvergelijkbaar met vorige week (toen liep ik een kwartier langer, maar in een veel lager tempo). Aan de conditie zal het niet liggen om een snelle tijd tijd te lopen; de benen zullen de doorslag geven.

16 november 2008

Kreupel en fit tegelijk

Een lange duurloop stond er in Het Schema. 120 minuten in D1. Loop heel ontspannen. Nou dat maar gedaan. Heel lichtvoetig, voorzover 82 kg lichtvoetig over de straat kan gaan. Het kostte nog moeite om in D1 te komen, want het moest wel ontspannen blijven. Maar 2 uur is wel lang hoor. Het eerste uur ging in via Zeist en de Kromme Rijn naar Amelisweerd. Daar kwam ik op een oud looprondje toen ik nog in Lunetten woonde. Dat maar opgepakt en langs mijn oude huis gekomen. Eenmaal na de 1 uur 40 begonnen mijn benen stijf te worden. Conditioneel was er geen vuiltje aan de lucht. Ik had nog energie en lucht voor nog zo'n rondje. Maar toen de 2 uur om was kon ik niet meer hardlopen. De linkerknie deed pijn en als een kreupele vent kwam ik thuis. Hopelijk kan ik dit meer gaan trainen, want zo zal een marathon nog ver weg blijven.

08 november 2008

Afzien op de achtergrond


Het mooie van clubgevoel is dat het niets te maken heeft met een formeel kader. TC Oranje Nassau is voor zover ik weet geen officiële club, maar in alles voelt het aan als een hecht verband. Met Tom als ongekende motor, zij het vooral als er niet gefietst wordt. Dan is het aan anderen om de kar te trekken, maar de toespraak van Hans voor Tom was de spijker op zijn kop. Het flesje was bescheiden maar meer dan op zijn plaats. En de eindejaarsspeech van 'voorzitter' Jaap, die moeite had de aandacht vast te houden van de al licht benevelde menigte, was ook typerend voor dit gezelschap. Strikte regels zijn er niet, maar het loopt op rolletjes en er iets dat ons bindt: het fietsen. In alle facetten. De materiaalfetisjsten, met Erwin als onbetwiste aanvoerder, leven zich uit en maken elkaar gek met grammenbesparende doch kredietcrises onbestendige aankopen. De cijfers- en feitenmannen, zoals Sjaak, die met de meest geavanceerde apparatuur en state-of-the-art ICT de bewegingen willen vastleggen en analyseren. En de mannen die gewoon een lekker rondje willen fietsen elke zondag en daar veel plezier aan beleven. Of sommigen, zoals Sjaak en bijv Nico, die af toe aanwaaien en altijd even welkom zijn. Het komt allemaal samen in TC Oranje-Nassau en de jaarvergadering, gecombineerd met een diner-aan-huis, was de bevestiging daarvan.

Er werd goed gegeten en gedronken en de kilo's mochten even weer aangroeien. Maar niet lang. In juni wacht de Pantani . Jeroen had de marketing heel zorgvuldig voorbereid. Nadat de redelijk voorspelbare kalender was rondgedeeld, gaf hij aan dat hij met een gezelschap de Pantani ging rijden. Vervolgens zette hij een DVD op met een registratie van de beklimming van de Mortirolo, het 'pièce de resistance' van de Pantani. Het stond -letterlijk en figuurlijk- nog op de achtergrond, maar alle ogen en oren gingen stiekem toch naar de extreme percentages, onvoorstelbaar lichte verzetten van de twee ex-profs die 'm reden en de dito lage snelheden. Hoe moet dat straks met de oranje-zwarte meute? Kunnen carbon frames, ultralichte wielen en Compact-crackstellen dit alles wel compenseren? Er is een aantal maanden om dit alles nog te overdenken, maar dan zal iedereen aan de bak moeten. Sjaak niet, die slaat dit over; juni is een hele hektische maand in het NSG en hij kan niet een week van huis en zich ook nog voorbereiden. De enige afspraak die ik dan ook heb gemaakt is om in februari de halve marathon van Schoorl te lopen met Marijn en Tom. Na april komt het fietsen weer en ik zie wel waar ik aanhaak. De avond was in elk geval geslaagd.

Overwegingen en doelen


De afgelopen dagen heb ik van diverse 'lopers' een serieus signaal gekregen dat de keuze voor een hele marathon een pittige is. Zeker als je ook nog rond de 3.30 wilt lopen. Dat merkte ik zondag weer, waar ik de laatste 5 km helemaal kapot ging. En dat was nog maar 15 km. Daarnaast kost het me veel meer moeite dan ik dacht om hard te lopen. Hardlopen gaat best goed, maar hard lopen? Als ik 15 km/h wil lopen moet ik echt fors in de beugel en lang houd ik het niet vol. Vroeger was dat echt minder lastig, al hebben de recente intervaltrainingen wel hun nut: ik voel de snelheid langzaam weer terugkomen. Kortom: als 42-jarige moet je er veel voor doen en nu kost ook best wel veel moeite om het trainingsschema te volgen. Als je ook veel huisman bent, met een uithuizige partner, een drukke baan hebt, twee keer per week voetbaltraining geeft en ook nog een beetje sociaal leven wilt hebben. Ik zal bijv moeten kijken of trainen voor het ontbijt en werk inpasbaar is. En het moet wel leuk blijven. De (her)ontdekkingstocht die het lopen nu is bevalt me prima, maar zodra het als dwang voelt houdt het op natuurlijk. De doelen zijn ook niet in beton gegoten. In december wil ik een halve marathon lekker lopen, goed diepgaan maar niet voor gaas, en dan ergens rond de 1.42 lopen. In februari in Schoorl moet een 1.40 haalbaar zijn en moet ik ook makkelijk de 30 km aankunnen in een tijd rond de 2.45. Dan ben ik marathonklaar en kan ik ervoor gaan. Komt er iets tussen of verandert de wereld om mij heen: dan pas ik het gewoon aan.

02 november 2008

Een tussenstand in Malden


Voordeel van hardlopen is dat je regelmatig wedstrijdjes kan lopen. De toertochten van wielerclubs zijn leuk, maar er is geen competitie-element. Om je looprondjes en schema's vol te houden is zo'n wedstrijdje wel zo aardig. Dus toog ik vandaag naar Malden, onder de rook van Nijmegen, om daar de Bosloop te doen. Uitgezet door nota bene de wielerclub, dus het was best of both worlds vandaag. Het doel was 15 kilometer te lopen. Een tijd van 1.12 tot 1.15 op het zware parcours (onverhard, geaccidenteerd, her en der plassen) moest haalbaar zijn, want de opdracht van het Schema was: in D3 lopen. Dus niet helemaal voor gaas gaan, zoals in Utrecht, maar net daaronder.

Nu is Malden een eind rijden dus was het wel zo fijn dat dochter Olijf met een vriendinnetje in Arnhem had afgesproken. Dus reden we vroeg in de ochtend daarheen en haalde ik haar erna daar weer op. In Malden, een fantasieloos dorp, dat wel prachtig tegen de Nijmeegse stuwwal aanligt was de sporthal snel gevonden. Startnummer lag klaar, omkleden in een bevolkte doch muisstille kleedkamer waar gelukkig een vrolijke Frans binnenkwam die van Sjaak als enige een beetje respons kreeg. Na een goede warming up, waarbij de stijve rechterhamstring niet helemaal fit werd maar geen belemmering vormde, stonden zo'n 300 lopers klaar voor de 10 en 15 km.

Sjaak is te bescheiden bij de start. Gaat niet vooraan staan en dus was het op de smalle paden direct een inhaalrace in sprinttempo. Voordeel was dat het mechanisme direct op gang was en D3 snel bereikt was. Op een gegeven moment hoefde ik niet meer in te halen en had ik mijn biotoop bereikt. Tijdens een heuse klim begon ik het al te voelen en bleek ik behoorlijk snel te zijn gestart: 22.30 op de eerste 5 km. Daarop besloot ik het groepje te laten voor was het was en gas terug te nemen. De hartslag bleef echter hetzelfde; ik begon dus al vermoeid te raken. Het parcours was fraai en duidelijk aangegeven. Heerlijk om niet in de massa's te hoeven lopen, maar een hijgende inhaler achter blijft irritant. De 10 km was voor velen het eindpunt, slechts enkelen gingen door voor de 15 km. De verleiding om te stoppen was er wel, maar ik kwam hier voor een stapje verder. De tweede 5 km ging trouwens in 23.19, een keurig verval. Nog onder de 46 minuten dus op de 10 km, dat ging goed. Een tijd onder de 1.10 was haalbaar, mits ik dit kon volhouden. Dat was te veel gevraagd. De hartslag ging al naar zone 5, dat betekent boven de 172 bpm. Het tempo zakte gestaag en achter me kwamen er een stuk of 10 lopers nog voorbij. Het was afzien naar de meet, maar ik kwam niet echt voor gaas over de finish. Niks aan de hand, gewoon nog onervarenheid en verder trainen. Mijn basissnelheid zit best aardig. De derde 5 km ging in 24.35, ongeveer het marathontempo voor een eindtempo van 3.30. Dat zie ik mij nu nog niet ruim 40 km volhouden. Werk aan de winkel dus. Al met al niet ontevreden over deze tussenstand. De eindtijd was dus 1.10.25.

Tevreden gaan douchen en daarna Olijf opgehaald. In Nijmegen stond Roda - Feyenoord nog 0-0; in Arnhem kwam ik aan bij mijn oude makker Anton (onze dochters zijn bevriend uit de Lunetten-tijd) een erkend Roda-supporter. 0-4 was het inmiddels; mijn middag kon niet meer stuk.